Nieuws/Vrij

Spijt

’Adoptieproblemen onderschat’

Telegraaf

Een geadopteerd kind zijn is bijzonder, zo leerde ik al snel van mijn echtgenoot Martin die oorspronkelijk uit Zuid-Korea komt. Voor zover ik wist, had hij een redelijk normale jeugd: school, voetbalclub, kampeervakanties, een jonger zusje. Niet rijk maar ook niet arm, een rijtjeshuis in een gezellige buurt van een middelgrote plaats.

Telegraaf

Toen we verkering hadden, vierde ik verjaardagen, kerst en oud en nieuw bij zijn ouders en hij bij de mijne. Hij was een volkomen normale Hollandse jongen. Zijn Koreaanse uiterlijk vond ik een spannend extraatje.

Martin had een goede baan, we vonden een leuk huis, we trouwden en wilden graag kinderen. Maar toen onze dochter Lisa er eenmaal was, veranderde zijn houding tegenover zijn familie. Zijn moeder mocht absoluut niks over onze Lisa zeggen; zijn vader mocht haar amper vasthouden. Toen ik hem ernaar vroeg, zei hij: ’Ze hebben geen ervaring met baby’s’. Cru, maar dat kwam voort uit onwennig vaderschap, zo dacht ik.

Mijn schoonmoeder deed haar uiterste best om met ons in gesprek te komen over Martins afstandelijke houding. Dat maakte het voor hem alleen maar erger. Nadat hij riep dat ze zich al genoeg met zijn leven had bemoeid, zagen we hen bijna helemaal niet meer. Ik vond het jammer en het kostte nogal wat discussie voordat de aap uit de mouw kwam.

Martin bekende dat hij in de avonduren op een discussieforum op internet met andere geadopteerde kinderen was beland en dat zijn lotgenoten hem aan het denken hadden gezet. Dingen waarvan ik geen idee had. Dat ze ongewenst waren. Over hoe zij in twee werelden leven. Hoe ze in Nederland niet altijd worden geaccepteerd en dat ze ook nooit meer terug naar hun geboorteland kunnen omdat ze ’door Nederland zijn besmet’.

Mijn exotisch extraatje werd een soort identiteitsprobleem waarin ik me totaal niet kon vinden. Ook Martins adoptieouders waren diep ongelukkig: hij wilde hen inmiddels zien noch spreken.

Een enkele keer mailde ik mijn schoonmoeder nog stiekem een leuke foto van haar kleindochter, maar daar bleef het bij. Martin had liever niet dat ik nog contact onderhield. Totdat zij me mailde dat bij Martins vader prostaatkanker was ontdekt.

Nu was het mijn tijd om te gaan piekeren. Wat als Lisa’s opa zou overlijden? Had zij er geen recht op om haar opa en oma te leren kennen? Hoe keek dit mooie meisje dat nu al bijna vijf was, eigenlijk naar haar eigen uiterlijk?

Ik hakte de knoop door en ging, zonder dat Martin het wist, af en toe een middagje met Lisa naar haar ’nieuwe’ grootouders. Ook toen het gelukkig beter ging met opa. Maar ja, jonge kinderen kunnen nu eenmaal niets geheim houden. Binnen de kortste keren wist Martin dat ik achter zijn rug om bij zijn ouders was geweest. Een knallende ruzie tot gevolg, vol wederzijds onbegrip.

Heb ik spijt dat ik het contact met mijn schoonouders heb hersteld? Tja, het spijt me vooral dat ik Martins adoptieproblemen heb onderschat. Hij voelt zich wederom buitengesloten en praat zelfs over scheiden. Dat kan toch allemaal nooit de bedoeling zijn geweest?

In deze rubriek vertellen lezers waarvan ze spijt hebben. Wilt u ook (anoniem) kwijt wat u anders zou hebben gedaan? Mail uw verhaal naar vrij@telegraaf.nl