Vrij/Uitgaan

Filmrecensie: ’The other side of hope’

Integratieproblemen absurd uitvergroot

Syrische vluchteling in ’The other side of hope’.

Syrische vluchteling in ’The other side of hope’.

Een film over een Syrische vluchteling in asgrauw Helsinki: dat kan alleen maar een mistroostig drama worden, toch? Niet in handen van de Finse filmmaker Aki Kaurismäki. In The other side of hope stopt hij actuele problemen in een droogkomische jaren 50-setting. Een fijne tegendraadse aanpak, die hem op het afgelopen Filmfestival van Berlijn de Zilveren Beer opleverde.

Syrische vluchteling in ’The other side of hope’.

Syrische vluchteling in ’The other side of hope’.

Helemaal nieuw is Kaurismäki’s idee niet. Ook in zijn vorige film Le havre (2011) plaatste hij een moderne vluchteling in een vrolijk nostalgisch decor, waarbinnen mensen het beste met elkaar voor hadden. Een opzettelijk onrealistisch beeld, waardoor de bittere werkelijkheid zich steeds meer opdrong. Want was de maatschappij nog maar echt zo mooi als de regisseur zijn kijkers voorhield.

In The other side of hope werkt dat idee minder goed. Kaurismäki’s mix van oud, modern, grappig en dramatisch is nog steeds prettig vertekenend, maar zijn verhaal over een worstelende vluchteling die in contact komt met een Finse ondernemer, staat een stuk dichterbij de alledaagse realiteit, inclusief alom bekende problemen rondom vreemdelingenhaat. Daarmee gaat de licht vervreemdende vorm ook meer op zichzelf staan, als een gimmick. Misschien dat alles op zijn plek valt na Kaurismäki’s volgende film, want het gaat hier om het tweede deel uit een beoogd drieluik. Op zichzelf staand verheft The other side of hope echter stijl boven inhoud.

Fabian Melchers