Vrij/Reizen

Reisverhaal Felix Wilbrink wint award

Culinaire schatkamer

123rf

Ierland is veel en veel meer een culinair land dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Bovendien is het een land waar traditie langer mocht bestaan dan bij ons. Waar de mensen nog weten hoe ham moet smaken. Zeg maar gerust: een culinaire schatkamer.

123rf

Onze Felix Wilbrink bracht eerder dit jaar in VRIJ een ode aan zijn geliefde Ierland. Het verhaal viel donderdag in Amsterdam in de prijzen bij de Ierland Press Awards, waar in totaal vijf journalisten die het afgelopen jaar de meest inspirerende artikelen over Ierland hebben geschreven, werden geëerd.

Felix won in de categorie ’Nieuwsbladen’.

Lees hieronder het winnende reisverhaal van onze Felix:

Culinaire schatkamer

door Felix Wilbrink

Het was het roemruchte jaar 1974. Niet dat ik een voetbalfan was, maar dat waren de Ieren wel. Mijn beste vriend en ik liepen met loodzware bepakking door Ierland. Een klein oranje vlaggetje bleek voldoende. Die hele maand hoefden ze maar te zien dat we Nederlands waren of er stopte al een auto.

We gingen liften en in de kroegen werden de Ieren steeds enthousiaster over de Nederlandse verrichtingen tijdens het WK. Het was een allegaartje aan auto's dat voor ons stopte. Daar waren volledig afgeleefde Morrissen bij en tractors die ons 20 mijl verderop weer uit het hooi zetten, meestal op een nog meer afgelegen weg dan we al zaten.

Michel Robles was op een idee gekomen. Hij wilde echte Ierse muziek horen. Niet van een plaat van de Dubliners maar echt, op het platteland, in de kroegen. We vertrokken vanaf Dublin Airport. Toen ik voor het eerst voet zette op Ierse grond, ging er iets raars door me heen, alsof ik eindelijk thuis was. Nou ja, achttien en het woord eindelijk, maar toch.

Het regende en regende en we hadden al drie mijl gelopen toen er een auto stopte. Het was een stewardess die ons uit het vliegtuig herkende. Ze zette ons af in het plaatsje Crossmolina. "Daar mag je vast wel de tent opzetten", zei zij en ze wees naar een landje naast de weg. In een hoek van twee heggen.

In de kroeg schuin ertegenover vroegen we het na. Achter de bar stond Christy. Hij had een speldje van de Teetotalers op, dronk geen druppel, maar inschenken mocht toch wel? Natuurlijk mochten we op zijn landje staan. Het regende nog die avond en wij zaten onwennig, ieder in onze eigen tent. Tot Christy langs kwam. Of we naar zijn farm kwamen.

Een huis met een dak met gedroogd gras erop, geen riet, maar gras. Een turfvuurtje aan, de enige verwarming op de oven na. Hij haalde een vers gebakken sodabread tevoorschijn. Wel wit, met heel erg hier en daar een krent erin. Een pot gezouten boter en een stuk ham dat hij ook in plakjes sneed. Dan nog een potje van de scherpste mosterd die ik ooit had geproefd: Colemans. Geel, geel deksel.

We aten en aten en aten. Die ham was echt, dat brood was zalig, de boter geweldig. De thee erbij was Barry's, een diep donkere aromatische thee. Heel anders dan onze Douwe. Veel later ontdekte ik dat het Keniaanse thee was. Oh, en Christy bleek tien instrumenten te bespelen. We hebben uren zitten luisteren.

Dat was het begin van mijn culinaire trektocht door Ierland. Die gaat telkens weer door als ik er weer ben (en dat is zo vaak mogelijk).

Ierland werd mijn tweede thuis. Ik heb zelfs drie half-Ierse kinderen. En altijd nog een heel fijne Ierse schoonzus, want eenmaal getrouwd blijft getrouwd, vinden ze daar. Dus niet raar doen tegen elkaar, ook al bestaat het huwelijk niet meer.

Mijn schoonfamilie in Cork begon steeds over het fenomeen Ballymaloe House. Het werd gerund door Mirtle Allen. Sterker nog: het had een Michelinster. Mirtle, die zichzelf had leren koken, leerde Paul Bocuse kennen, de beroemde Brusselse chef Pierre Romeijer en mannen als Paul Fagel, Robert Kranenborg en Cas Spijker. Ze maakten zich met haar zorgen om de industriële vooruitgang. Eten moest weer eerlijk worden. Ze stond vooraan in de beweging die toen ontstond, het nu vermaarde koksverbond Euro-toques.

Waarom vertel ik dit nu? Omdat Ierland veel en veel meer een culinair land is dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Dat het een land is waar traditie langer mocht bestaan dan bij ons. Waar de mensen nog weten hoe ham moet smaken. Waar nog zoveel boeren zijn dat je kwaliteit op de berghellingen ziet lopen. Dat vee nergens in Europa beter af is dan daar. Dat gerst er langzaam groeit, zodat het meer smaak aanneemt, zodat de stout er zachter is. Dat de whiskey zo zoet als honing is. Althans, dat zingen ze altijd in die prachtige Ierse ballades.

Paddy Irish was mijn eerste Ierse whiskey. Op Dublin Airport na afloop van die eerste reis waar ik dit verhaal mee begon. Zoet, inderdaad. Later leerde ik dat Paddy's als een ferme jongen onder de Ierse whiskey's werd beschouwd. Waarom dan zoet? Ik had de hele zomer stout gedronken, dan smaakt alle whiskey zoet.

Er is een whiskey-explosie in Ierland. Maar je kunt ook zeggen: ze nemen hun plaats weer in. Want het was Ierse whiskey wat de wereld dronk. Irish was de Amerikaanse smaak. Scheepsladingen verdwenen die kant op. Tot na de Tweede Wereldoorlog. Ieren letten heel even niet op en de Schotten zagen hun kans schoon. De Amerikaanse soldaten, die maanden en maanden in Schotland op de invasie van Europa hadden zitten wachten, hadden opeens Schots in hun hoofd.

Ierland likte de wonden. In een poging de industrie nog een beetje te behouden, staken alle Ierse whiskeymakers de koppen bij elkaar. Dat resulteerde in het grote bedrijf Midleton waar Jameson, Paddy en Powers werd gemaakt. Soms wat Redbreast en speciale editie. Tullemare Dew als export, voor op de luchthaven, met dat mooie kruikje.

Inmiddels liggen de kaarten anders. Als je een week niet bent geweest, heb je de opening van drie nieuwe whiskeyhuizen gemist, zegt men. Er is van alles bijgekomen. Al dan niet voorzien door de grote Midleton. Want whiskey wordt door een belangrijk deel bepaald door wat je met de drank in haar voorstadium doet en het nog young white spirit heet.

Drie jaar moet het liggen en dan pas mag het whiskey heten. Teeling Whiskey is zo'n jonge loot. De familie gebruikte deels whiskey van die ene onafhankelijke distiller Coolan en deels Midleton, maar maakt nu eigen whiskey. Prijs na prijs winnen ze. Kilbegan was een oudje en is in 2007 weer begonnen. Een beauty zoals je ze in Schotland zelfs niet meer ziet. Hun whiskey is tien jaar oud en volgens hen sweet, natuurlijk. Ierse whiskey is terug. Mijn eigen huismerk Tullamore Dew heeft weer een eigen distilleerderij en ze maken met hun Phoenix een nu al legendarische whisky.

Terug naar 1974. Op die eerste reis liepen we een pub binnen, op het Ierse platteland, in het ruige westen. "Wanneer sluit u?" vroegen we onhandig. "Soms in oktober", was het gevatte antwoord. De kroegen waren toen nog op zondag dicht. Dat wil zeggen: je kreeg geen drank, behalve als je meer dan tien mijl had gelopen. Daarom gingen vrijwel alle mannen in datzelfde ruige westen altijd een dorp verderop naar de kerk. Lopend.

Die pubs zijn nog steeds schitterend, maar als ik daar niet zit, trek ik langs kaasmakers, langs hamrokers, oesterkwekers, mosselkwekers (veel Nederlandse mossels zijn eigenlijk Iers) en bakkers. Ik tik een stukje Barmbrack op de kop: een prachtige krentencake, geweldig bij de zwarte thee. Maar ik ga ook voor dat onnavolgbare gebak, die geweldige sandwiches en voor echte kippen en echt vlees. Of wat dacht je van Irish Corned Beef? Nee, een prachtig stuk echt vlees, een soort ongerookte pastrami.

Ierland is een culinaire schatkamer. Of je nou op whiskeytoer wilt, jonge biermerken wilt proberen, kazen wilt proeven, cider wilt drinken, brood, vlees, noem maar op: lekker en meestal lokaal. Mijn droom nummer één: een culinaire whiskeyreis door Ierland. Droom nummer twee: jullie nou eindelijk echt eens 'mijn' Ierland te laten zien. Overigens bleek die eerste regenachtige dag in Ierland de laatste. Nooit zo bruin geweest als toen.

Zo kom je er

KLM, Aer Lingus, Ryanair, British Airways vliegen allemaal in 1 uur en 40 minuten van Amsterdam naar Dublin. In Ierland wordt net als bij ons betaald met de euro. Als u verder wilt reizen, kunt u het beste gebruikmaken van een huurauto. Cork en Galway liggen op respectievelijk 3 en 2,5 uur rijden.