Nieuws/Vrij

Spijt

’Eerder hybride moeten rijden’

1 / 2

Hollandse Hoogte / PA Photos Ltd

Met auto’s heb ik wel wat, maar auto’s hebben niet zoveel met mij. Altijd scheelt er iets en bevalt de wagen wel, dan laat de garage het afweten. Ik probeer mijn verhaal te vertellen zonder dat ik merken noem.

1 / 2

Hollandse Hoogte / PA Photos Ltd

Soms valt het vast te raden, haha.

Mijn eerste voertuig van Japanse makelij was een zoveelstehands ’botsautootje’. Ik had nog niet zolang mijn rijbewijs en reed een paar keer een koplamp stuk. Balen, maar dan haalde mijn beunhaas het onderdeel op de sloop.

Mijn tweede, een Japanner van een ander merk, was een regelrechte kat in de zak. Waar normaal de radio in het dashboard zit, bevond zich een groot gat. Geen muziek! Een tegenvaller.

Waterschade in de kofferbak, een radiator die plotseling leegliep... Na anderhalf jaar was het genoeg. Ik verkocht ’m voor een habbekrats aan mijn beunhaas. Nadat hij ’m had opgeknapt, zag ik de auto nog een paar keer rijden.

Voortaan zou ik voor een nieuwe wagen gaan. Drie Spanjaarden volgden. De eerste beviel uitstekend. Ik reed er maar liefst tien jaar mee. Pas op het laatst waren er problemen met de startmotor. Ik zal nooit vergeten dat ik voor een brug wachtte en de auto niet meer aan de praat kreeg. Ik opende de motorkap, pakte een hamer en gaf er een tik mee. Kon ik weer verder.

Ik kocht een nieuwe Spanjaard, maar merkte dat de service en klantvriendelijkheid bij mijn garage alsmaar minder werden. Na verloop van tijd was het frontje van mijn radio stuk. Toen ik de wagen voor een beurt bracht, begon ik daarover. De persoon bij de receptie pakte het frontje aan, bekeek het twee seconden en drukte het doodleuk terug in mijn handen: „Inderdaad: kapot.” Geen suggesties, niks. Normaliter een ergernis, nu de druppel.

Een nieuwe garage, een nieuwe Spanjaard. Ik reed er niet eens zolang mee toen zich softwareproblemen voordeden. De garage ging ermee aan de slag, maar ’vergat’ te melden dat de meter bleef lopen zolang ze nog zochten.

Twee dagen later schrok ik me kapot van de torenhoge rekening. Aanvankelijk hadden ze ook nog een grote bek. De dealer werd om coulance gevraagd, maar die was onverbiddelijk. De garage zelf haalde een paar honderd euro van de nota af. Ik heb betaald – rechtsbijstand kon niets voor me doen – en ben er nooit meer geweest.

Zo’n vijftien jaar geleden kwamen de eerste hybrides op. Interessant, vond ik, maar de modellen vond ik niet mooi. Spuuglelijk, eigenlijk. Ik denk trouwens dat ik me er niet eens een had kunnen veroorloven.

Maar na de derde wilde ik nooit meer een Spanjaard. Ik had spijt dat ik zolang bij dat merk was blijven hangen.

Zo kwam ik uit bij een Japanse hybride. Wat een rust. Letterlijk. Bij een stoplicht denk ik vaak: wat een herrie! Dat zijn dan de diesel- en benzinemotoren om me heen, want mijn auto is muisstil. En zuinig: gemiddeld 1 op 18, met hoogzomer uitschieters naar 1 op 20.

Het betreft ook nog van een de weinige grote merken die op geen enkele manier met sjoemelsoftware in verband is gebracht. Hebben ze ook niet nodig, want de techniek deugt gewoon. Nu heb ik weer een ander soort spijt: ik had veel eerder op hybride moeten overstappen.

In deze rubriek vertellen lezers waarvan ze spijt hebben. Wilt u ook (anoniem) kwijt wat u anders zou hebben gedaan? Mail uw verhaal, 550 woorden, naar vrij@telegraaf.nl.