Nieuws/Vrij

Interview forensisch patholoog

Confrontatie met de sterfelijkheid

Frank van de Groot

Frank van de Groot

Gregor Servais

Bij voorkeur gekleed in gothic-zwart is Frank van de Goot zonder twijfel de meest kleurrijke forensisch patholoog van Nederland. Hij is een man met een missie. „Dertig tot vijftig procent van de opgegeven doodsoorzaken klopt niet.” Afspreken met forensisch patholoog Frank van de Goot (50) kan wat ontregelend werken. Zo draagt hij aan dat het onzeker is of het interview zal doorgaan. Om vervolgens fijntjes aan te stippen dat het lichaam op zijn snijtafel die ochtend óók nog vele plannen had.

Frank van de Groot

Frank van de Groot

Gregor Servais

Hartelijk dank voor deze confrontatie met de sterfelijkheid! Voor Van de Goot dagelijkse kost. Na een gestapeld studietraject van 23 jaar was hij zeven jaar verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut, waar het keurslijf al snel danig knelde.

Dus begon hij voor zichzelf en staat hij nabestaanden bij in hun soms wanhopige zoektocht naar de ware doodsoorzaak van geliefden. Recentelijk nog in de zaak van fotomodel Ivana Smit die in Kuala Lumpur onder raadselachtige omstandigheden van een balkon viel, of in het geval van de 8-jarige Sharleyne.

Inmiddels zijn er weer contacten met het NFI over een mogelijk dienstverband. Afgelopen weekeinde begon de tweede serie van zijn WNL-programma Doden liegen niet. Dan hebben we Van de Goots autisme, zijn 23 jaar durende studie en zijn vergaande voorliefde voor heavy metal nog niet eens benoemd.

Gelukkig ging het interview door.

U heeft een intrigerend beroep. Veel mensen moeten er niet aan denken om in dode lichamen te snijden.

„Ik dacht als kind natuurlijk niet: kom, ik ga eens patholoog worden. Dat zou heel raar zijn. Wel had ik een vriendje dat beweerde dat hij duizend gulden had verdiend met dode lichamen wassen. Hij loog natuurlijk dat hij barstte, maar mijn fascinatie was gewekt. Het is hetzelfde als met een schilderij: de een vindt het schitterend en de ander vreselijk. Je kunt niet uitleggen waarom dat is. Het mooie aan dit werk is de breedte ervan. Je bent arts, wetenschapper, onderzoeker, maar ook detective. De grootste lol is voor mij simpelweg: te weten komen waaróm en/of waaráán iemand dood is gegaan. Helaas kan ons dat in Nederland weinig schelen.”

Hoe bedoelt u dat? We willen toch allemaal weten waarom en waaraan onze naasten doodgaan?

„Nee hoor, niet. Niet-niet, zou ik zelfs willen zeggen. Onlangs werd weer eens gesteld dat meer vrouwen aan kanker overlijden dan aan hart- en vaatziekten. Enorme onzin. Er wordt maar wat geroepen. Je kunt aan de buitenkant namelijk niet zien waaraan iemand is doodgegaan. Een patiënt hééft kanker, maar dan is niet gezegd dat hij daaraan ook daadwerkelijk dood is gegaan. Van de 140.000 Nederlandse doden per jaar worden er slechts 3000 geopend en de doodsoorzaak onherroepelijk vastgesteld.”

Lees het hele interview in magazine VRIJ of hier online (premium).