Vrij/Uitgaan

Filmrecensie: ’It comes at night’

Beklemmend horrorverhaal

Goedwillende mensen worden vijanden in ’It comes at night’.

Goedwillende mensen worden vijanden in ’It comes at night’.

De hel, dat zijn de anderen. Jean-Paul Sartre schreef die woorden, Trey Edward Shults maakt ze aanschouwelijk in It comes at night. Daarin heeft een gezin zich opgesloten in een dichtgetimmerd huis, ver weg van de bewoonde wereld.

Goedwillende mensen worden vijanden in ’It comes at night’.

Goedwillende mensen worden vijanden in ’It comes at night’.

Dat voor die maatregelen een goede reden is, blijkt in de eerste scène. Opa wordt door zijn in beschermende pakken gestoken familie uit zijn lijden verlost, zijn lijk direct verbrand. Uit de context valt op te maken dat hij besmet was met een vernietigend virus dat de wereld in z’n greep houdt. Verder legt regisseur Schults (Krishna) daar weinig over uit. Wel toont hij hoe dit gegeven het gedrag van zijn personages beïnvloedt. Overlevingsdrang dooft alledaagse compassie en maakt zelfs van goedwillende mensen potentiële vijanden. Vader des huizes Paul (Joel Edgerton) is in zijn (a-)morele keuzes nog het meest rigoureus, tienerzoon Travis (Kelvin Harrison jr.) heeft er meer moeite mee. Al spelen bij hem ook de hormonen mee. Zeker als een jong echtpaar zich bij hen voegt in deze psychologische horrorthriller, een film die met minimale middelen buitengewoon weet te beklemmen.

M.W.