Nieuws/Vrij

Spijt

’Fraude om erbij te horen’

Vakantie op Ibiza klonk als een droom. Ware het niet dat mijn nieuwe vriend Paul daar al jaren met zijn vriendengroep kwam.

Drie andere stellen en hij, maar nu niet met zijn ex Marion, maar met mij, zijn nieuwe en veel jongere vriendin.

„Als ze je beter leren kennen, accepteren ze je heus wel”, zei Paul. Lief bedoeld, maar tot dan toe hadden zijn vrienden me vooral als een onnozel jong wicht behandeld.

We logeerden in een prachtig vakantiehuis, met zwembad; ze hadden allemaal een goeie baan en hoefden niet op een paar centen te kijken. Ik was net afgestudeerd en zocht naar werk. Ik had Europese Studies gedaan – nogal breed, dus makkelijk was het ook niet en dat werd me ook meermalen onder de neus gewreven.

„Waarom heb je geen studie met meer perspectief gekozen?” vroeg Cynthia, een van de vrouwen in het gezelschap die bij een spelletje Triviant hatelijk lachte toen ik niet meteen wist wie Pablo Neruda was of geen jaartal paraat had bij de Zesdaagse Oorlog. „Wat heb jij eigenlijk wel geleerd?”

Ze haalden herinneringen op aan oude films als Taxi driver die ik nooit had gezien, en aan hun bezoeken aan Pinkpop en Lowlands, met bands die mij niets zeiden.

Hoewel Paul zijn best deed mij erbij te betrekken, voelde ik me een buitenbeentje.

Als ik eens iets over David Guetta of een ander hippe dj vertelde, keken ze me glazig aan. Nee, Prince en David Bowie, kénde ik die niet? „Marion had nog een handtekening!”

Ik voelde me dom en zei niet veel meer.

Totdat ik op een ochtend babbelde met de vrouw die ons beddengoed kwam ophalen. „Spreek jij Spaans?” vroeg Cynthia belangstellend. Ja, dat was mijn tweede studie. Ineens was ze poeslief.

Dezelfde middag riep ze mijn hulp in. Kon ik even mee naar het politiebureau om de diefstal van hun dure fotocamera aan te geven? Ze gaf er een vette knipoog bij en knikte naar de fototas die gewoon in de kamer stond. „Handig dat jij Spaans spreekt. Toppertje!”

Nog altijd schaam ik me dat ik toehapte. Ik wilde zo graag bij de groep horen dat verzekeringsfraude me op dat moment niet zo heel erg leek. Het had toch best gekund dat hun apparatuur was gejat? „Joh, die verzekeraars verdienen goud geld. We betalen toch niet voor niets premie?” zei Cynthia, haar arm om mijn schouder, ineens mijn beste vriendin.

De rest van ons verblijf hoorde ik er helemaal bij. „Zie je nou wel”, zei Paul. Tot mijn spijt leek hij geen enkel probleem te hebben met ons wangedrag – want diep van binnen begon het al te knagen.

Na de vakantie hield mijn relatie geen stand; ik bleef mezelf te jong voelen voor Paul. Van Cynthia hoorde ik nooit meer iets, maar met een van de anderen, Josien, altijd al een van de aardigste, hield ik contact.

Ze gingen nog elk jaar naar Ibiza. Dit jaar vertelde Josien dat Cynthia en haar man op verzekeringsfraude zijn betrapt. En niet zo’n beetje ook; ze mogen blij zijn als ze zich nog ergens kunnen verzekeren, begreep ik. Ze staan op een zwarte lijst. Dat ik daaraan heb meegewerkt!

In deze rubriek vertellen lezers waarvan ze spijt hebben. Wilt u ook (anoniem) kwijt wat u anders zou hebben gedaan? Mail uw verhaal, 550 woorden, naar vrij@telegraaf.nl