Pssst! De Telegraaf krijgt een nieuwe website. Nieuwsgierig? Bekijk ‘m hier!
Dit is het laatste Premium artikel dat u gratis kunt lezen. Tijd voor een abonnement!
premium

Ontspannen op Italiaans eiland in het naseizoen

Authentiek Sardinië

11 DEC 2010 ISABEL MICHELOTTI

Sardinië - Eindeloze stranden, verborgen baaien, indrukwekkende rotsformaties en een kristalheldere zee: het Italiaanse eiland Sardinië heeft alle ingrediënten in huis voor een waar paradijs. Niet alleen door de ongerepte natuur en de Middellandse Zee die nergens zo helder is als hier, maar vooral omdat het eiland (nog) niet doordrenkt is met massa’s toeristen. Aan de 1800 kilometer lange kustlijn is altijd wel een rustig deel te vinden waar je ongestoord de zon in de zee kunt zien zakken.

Arbatax

Hoewel Sardinië normaal gesproken al veel minder toeristisch is dan veel plaatsen op het Italiaanse vasteland, hebben wij ook nog eens het voordeel dat we het eiland bezoeken in het naseizoen. Dan zijn de accommodaties dun bevolkt en de wegen rustig, is de temperatuur aangenamer dan hartje zomer, wanneer het behoorlijk warm kan zijn: een zacht briesje en een wolkeloze hemel verwelkomen ons als we aankomen in de hoofdstad Cagliari, aan de zuidkant van het eiland.

Sardinië is ongeveer even groot als Nederland, maar er zijn – afgezien van één snelweg van noord naar zuid – vrijwel geen wegen zonder bochten en kronkels, wat het een tijdrovende bezigheid maakt om per auto over het hele eiland te toeren. Geen reden om het te laten, want de vele hellingen zijn deels bebost en verder kaal, wat mooie vergezichten oplevert.

Met een huurauto reizen we vanaf Cagliari noordwaarts richting Tortolì, aan de oostkust van het eiland. Op de kaart een klein stukje, maar in de praktijk doen we er dankzij de bochtige bergwegen ruim twee uur over. Vlakbij het kustplaatsje Arbatax, dat zijn naam dankt aan een Spaanse wachttoren, overnachten we die avond in Residence Borgo degli Ulivi, waar we een van de weinige gasten blijken te zijn. Vanaf het terras van ons appartement kijken we uit over het verlichte zwembad, dat een serene rust uitademt. In Arbatax zelf zijn genoeg pizzeriaatjes (geen toerist te bekennen) en is het heerlijk slenteren langs de kleine haven, waar talloze vissersbootjes liggen te dobberen onder de sterrenhemel.

Volgens de eigenaar van onze residence, waar we de volgende ochtend langzaam ontwaken met een cappuccino in een nog bleek zonnetje, mogen we de nabijgelegen karakteristieke Rocce Rosse (’rode rotsen’) niet overslaan; indrukwekkende roodgekleurde rotsformaties waar de schuimende witte koppen van de zee op stuk slaan. In de zomer kunnen zonaanbidders hier hun hart ophalen, aan het grote zandstrand van Lido di Orrì, op een steenworp afstand.

’s Middags vervolgen we onze reis van de oostkust richting Torre del Pozzo aan de westkant van het eiland, richting Oristano. Een weg die langs bergpassen, het nationale park Gennargentu en prachtige uitzichten over de Golfo di Orosei leidt, met in de verte parelwitte stranden, een smaragdgroene Middellandse Zee en wuivende palmen. Opvallend zijn de verrassende hoeveelheid stenen torens verspreid over het eiland, breed aan de onderkant en smal oplopend. Wanneer onze routeplanner het laat afweten en we de weg vragen aan twee voorbij lopende Sardische vrouwen, vragen we om opheldering over dit verschijnsel. „Sono Nuraghi”, luidt het antwoord. In een mix van Engels en Italiaans maken ze duidelijk dat de torens in de bronstijd in Sardinië werden gebouwd en nu tot het belangrijkste archeologische erfgoed van het eiland behoren. Sommige van de ruim 6500 torens waren ruim twintig meter hoog en dienden als toevluchtsplaats in geval van nood.

We vervolgen onze weg langs de dode vulkaanberg Monte Ferru, met op de hellingen stoffige stadjes waar de tijd heeft stilgestaan, zoals Santu Lussurgiu aan de voet van de berg.

Tegen de tijd dat we de westkust hebben bereikt, pakken donkere wolken zich samen. Overnachten doen we op camping Bella Sardinia, onder de beschutting van talloze hoge bomen en met het strand pal naast ons.

Die nacht wiegt het gebrul van de zee ons in een diepe slaap. Het geruis van de zee brengt ons in een diepe slaap. De volgende ochtend rijden we terug naar de oostkust richting Cagliari, naar één van de mooiste kustlijnen van het eiland; de Costa Rei. Onder een lekker zonnetje leidt een kustweg ons langs pittoreske vissersdorpjes naar Capo Ferrato, waar we onze laatste nacht doorbrengen op camping Le Dune, ook weer pal aan het strand. Tot de zon ondergaat kijken we over het meest heldere zeewater dat je kunt bedenken. Hier komen we zeker nog eens terug…

Reiswijzer

KLM, Lufthansa, Alitalia, Meridiana, BMI en Air France vliegen vanaf Schiphol naar Cagliari. Transavia vliegt vanaf Schiphol naar Olbia, aan de noordoostkust van het eiland. Ryanair biedt vanaf Weeze goedkope vluchten aan naar Alghero en Cagliari. De reistijd bedraagt ongeveer twee uur. Wil je veel van het eiland zien, dan is het een aanrader een auto te huren en op verschillende plekken te overnachten. Wij sliepen in accommodaties van Vacanceselect, dat over het hele eiland veel campings en luxere resorts aanbiedt. www.vacanceselect.nl

Cagliari

De Sardische hoofdstad kent, net als het hele eiland, een geschiedenis van vele bezetters. De stad is ooit gesticht door de Feniciërs en is achtereenvolgens bezet door de Carthagers, Romeinen, Vandalen, het Byzantijnse Rijk, Genua, Pisa, Aragon en Spanje. Sinds de eenwording van Italië in 1870 maakte de stad een snelle groei door, gestimuleerd door de komst van de universiteit.

* Bezoek het oude gedeelte van de stad, ’Castello’, aan de top van een heuvel voor een mooi uitzicht op de Golf van Cagliari.

* Wandel langs de havenkade, het moderne stadhuis en Piazza Yenne.

* Voor de shopfanaten: ga naar de winkelstraat Via Guiseppe Manno. Wil je de weg vragen, informeer dan naar ’La Costa’

* Slenter door de Giardino Pubblico, het stadspark. Of wandel door de Via Lamarmora, de smalle hoofdstraat van de oude stad, helemaal aan de top van een rotswand.

* Cultuurliefhebbers halen hun hart op in de San Domenicokerk, het Romeinse amfitheater, het Museo nazionale Archeologico en de Santa Cecilia Kathedraal.

Culinaire verwennerij

Sardinië kent een van oorsprong eenvoudige keuken van boeren en herders. Weinig poespas, maar extreem rijk aan smaak en geur en bovendien heel afwisselend. Vlees smaakt beter dan bij ons, omdat de dieren in de vrije natuur rondlopen en gevarieerd eten. Ook wijn en groenten zijn van goede kwaliteit door het klimaat en de schone lucht. Een typisch Sardisch gerecht is sa fregula, een soort griesmeel dat verwant is aan couscous. De kleine deegballetjes, gelig van kleur dankzij de toevoeging van saffraan, zitten vaak in de soep of als bijgerecht bij vlees of vis. Probeer aan de kust ook zeker se fragola alle vongole, met heerlijke verse schelpjes.

Verder lezen?
Elke maand 15 premium artikelen gratis
Ik heb al een account / ik ben abonnee
Verder lezen?
U heeft deze maand 15 Premium artikelen gratis gelezen.
Tijd voor een abonnement!

Reportages over Arbatax

Authentiek Sardinië

Eindeloze stranden, verborgen baaien, indrukwekkende rotsformaties en een kristalheldere zee: het Italiaanse eiland Sardinië heeft alle ingrediënten in huis voor een waar paradijs. Niet alleen door de ongerepte natuur en de Middellandse Zee die nergens zo helder is als hier,...

17.1 °C
ZZO2
Beurs AEX
AEX 528.03
+ / - -0.08%