Hét beleidsstuk tot nu toe van minister Rouvoet is de nota ‘De kracht van het gezin’, die niet door iedereen even enthousiast is ontvangen. Zo was er kritiek op de passage dat Nederlandse vrouwen op wel erg late leeftijd aan kinderen beginnen. Dat werd gezien als een oproep om éérder kinderen te krijgen zonder rekening te houden met mensen die verminderd vruchtbaar zijn, geen partner hebben of kinderen nog even uitstellen vanwege hun carrière.
Gezinsvorming
Een pleidooi voor op jongere leeftijd beginnen aan kinderen heeft hij nooit
gehouden, bezweert Rouvoet. Waar het om gaat is dat artsen en gynaecologen
erop wijzen dat de medische risico’s van laat ouderschap onbekend zijn.
Vandaar dat we daarover goede voorlichting willen geven. Maar geen
misverstand: gezinsvorming is bij uitstek een persoonlijke keuze. Daar heeft
de overheid zich niet mee te bemoeien.”
Meer kinderen
Hetzelfde geldt voor het vermeende pleidooi voor het krijgen van meer
kinderen. De bewindsman zucht diep als we hem die kwestie voorleggen. „Daar
heb ik nooit voor gepleit. We vragen aandacht voor het feit dat veel jonge
vrouwen het krijgen van kinderen uitstellen, omdat het niet met een baan te
combineren is. Het gaat me er juist om die combinatie beter mogelijk te
maken. Nogmaals: gezinsplanning is een persoonlijke keuze.”
Kinderopvang
En hoe zit het dan dat vrouwen meer en langer moeten werken van dit kabinet,
terwijl de kinderopvang niet perfect geregeld is? Ook hier geldt volgens de
bewindsman: „Vrouwen móeten niks.” Wat wel uit onderzoek blijkt is dat veel
vrouwen wel meer zouden willen werken, maar dat niet doen vanwege
bijvoorbeeld gebrekkige opvangmogelijkheden. Toch is de opvang alleen ook
niet voldoende om vrouwen aan het werk te krijgen en te houden. „Nederlandse
ouders willen ook graag zélf meer tijd aan hun kinderen kunnen besteden.”
Waar het de bewindsman om gaat is keuzevrijheid.
Mevrouw Rouvoet
In het gezin Rouvoet met vier dochters en een zoon is zijn vrouw altijd bezig
gebleven. Na de geboorte van de eerste twee kinderen bleef zij werken in de
gehandicaptenzorg, maar na de derde zette ze haar carrière op een lager
pitje. „Ik kwam toen in de Tweede Kamer, was veel weg en we verhuisden naar
Woerden”, herinnert Rouvoet zich. „Mijn vrouw heeft toen haar baan als arts
in de gehandicaptenzorg opgezegd, maar ze bleef wel bezig met
vrijwilligerswerk zoals EHBO-cursussen.” Toen de jongste naar de basisschool
ging, is ze weer aan de slag gegaan, als arts op een consultatiebureau.
Vaders
Jeugd en Gezin gaat overigens over meer dan vrouwen en kinderen alleen, wil de
bewindsman opgemerkt hebben. Een ander belangrijk punt van aandacht is het
meer betrekken van vaders bij de opvoeding. Daarvoor is echter meer nodig
dan alleen de bereidheid van de vaders. „Het moet bij de werkgevers vandaan
komen, het heeft namelijk ook voor hen grote voordelen." Overigens zijn het
niet alleen de werkgevers die nogal eens raar aankijken tegen vaders die een
dag minder willen werken. Het zijn vaak de collega’s die vervelende
opmerkingen maken. Tegen hen zegt de minister: een papadag deugt!
Zondag
Zelf heeft de drukbezette Rouvoet geen tijd voor zo’n papadag. „Ik houd mijn
dag voor het gezin in het weekeinde. De zondag is voor de kerk en het
gezin.” De andere weekeinddag weet hij tot zijn spijt niet altijd vrij te
houden. „Ik maak het niet mooier dan het is. Maar, ik doe wel altijd de
zaterdagboodschappen. Verder probeer ik zo veel mogelijk 10
minutengesprekken en jazzballetvoorstellingen of voetbalwedstrijden bij te
wonen.”
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer