In Frankrijk draaien vrouwelijke werknemers relatief makkelijk een vier- of vijfdaagse werkweek omdat kinderen daar tussen 08.30 en 17.00 uur naar school gaan. Niks geen geregel met kinderopvang of opa’s en oma’s die oppassen.
Tijdens de conferentie 24ormore die donderdag en vrijdag in Amsterdam wordt gehouden door Taskforce DeeltijdPlus praten wetenschappers, politici en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven uit allerlei landen over vrouwen in deeltijdwerk.
Korte werkweken
Nederland is kampioen deeltijdwerken. Nergens anders wordt zo veel parttime gewerkt als in ons land. De relatief korte werkweken gaan ten koste van het opbouwen van een carrière en een goede pensioenopbouw, waardoor vrouwen afhankelijk blijven van hun partner. Vaak zijn het de culturele patronen (de man kostwinner en de vrouw spil in het gezin), inflexibele kinderopvang, onhandige schooltijden en starre werkgevers die barrières vormen om langer dan twee of drie dagen te werken.
In Amerika geldt juist het tegenovergestelde. Huishoudens waar de man én vrouw allebei vaak full-time werken is daar het nieuwe ’Jan Modaal’, vaak tot grote ontevredenheid van huishoudens met kinderen. Ellen Kossek, een van de spreeksters op het congres en professor aan de Michigan State University, heeft diverse onderzoeken gedaan naar werken in deeltijd.
Wennen
Wat blijkt? Dat het flink wennen is voor veel Amerikaanse bedrijven dat er in deeltijd kan worden gewerkt (drie tot vier dagen per week in plaats van vijf). Ander belangrijk punt bleek dat het handig is dat de deeltijdwerknemers zichzelf goed kunnen aansturen en is een goede afstemming wat betreft de te halen doelen noodzakelijk.
Zijn die afspraken eenmaal gemaakt, dan is duidelijk te merken dat in de bedrijven waar deeltijd kan worden gewerkt, een toename van de productiviteit is te zien. Ook verbeteren de relaties tussen de werknemers onderling wat de sfeer positief ten goede komt. Verder zijn deeltijdwerkers erg blij dat ze meer tijd aan kinderen, echtgenoot en zichzelf kunnen besteden.
Twee partijen
Moraal van het verhaal: werknemers en werkgevers moeten beide moeite doen om deeltijdwerken mogelijk te maken. Het voordeel gaat ook op voor de twee partijen: meer arbeidsproductie, betere werkrelaties en meer tijd thuis.
Willen vrouwen in Amerika juist minder werken, in Nederland is de stelling dat er meer uren moeten worden gedraaid. Is het niet zo dat de oplossing ergens in het midden ligt? Zo blijkt uit het boek De mythe van het glazen plafond van Marike Stellinga dat Nederlandse vrouwen meer dan tevreden zijn met hun ’kleine’ deeltijdbaan. Een quotum instellen dat een bepaald percentage vrouwen de top moet bereiken vindt ze onzin. „Voordat je een quotum gaat instellen, moet je bewijzen of de situatie (weinig vrouwen aan de top, red.) niet het gevolg is van vrije keuze”, zo stelt ze.
Jaloers
Ze heeft gelijk. In ons land kan een keuze worden gemaakt tussen full-time en parttime werken, tussen kleine en grote banen. Helemaal niet zo verwonderlijk dus dat vrouwen uit Amerika jaloers naar ons model kijken.
© 1996-2009 Uitgeversmaatschappij De Telegraaf B.V., Amsterdam. Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer