*

Zoeken
  Zoeken met  
za 21 nov 2009, 06:30

‘Mijn dochter hoort niet in een cel!’

Marjolein Schipper
AMSTERDAM -  Op haar veertiende werd Barbara voor de eerste keer opgesloten in een jeugdgevangenis. Niet omdat ze iets had misdaan, maar omdat hulpverlening geen raad wist met het weglopertje. Moeder Anja Matser (48) is ten einde raad.

Foto: Joris den Blaauwen

“Eerst zat Barbara in een inloopgroep. Echt in gevangeniskleding, zo’n grijze broek met een grijs shirt. Een meisje van veertien! Ze zat in een cel en mocht daar alleen een blocnote en een pen hebben. Bezoektijden: maandag tot en met vrijdag van drie uur tot kwart voor vier. In het weekend kon je niet op bezoek. Niet omdat dat slecht zou zijn voor het kind, maar omdat ze dan niet genoeg personeel hebben. Altijd komen we daar op uit. Het gaat niet om het kind, het gaat om de organisatie. Het klinkt misschien elitair, maar mijn man en ik zijn niet echt van de straat. We zijn allebei afgestudeerd in de theologie, beiden doctorandus. Dus het verhaal van ‘zeker een asociaal gezin’ gaat niet op. We hebben Barbara geadopteerd toen ze drie maanden was, hier in Nederland. Ze zat in een tehuis en werd daar goed verzorgd. Maar toen ze iets groter werd, merkte ik al snel dat ze hechtingsproblemen had. Ze wilde niet alleen blijven, was altijd bij mij in de buurt. We hebben haar laten testen op ADHD, maar dat was het niet.

Foute jongens

Op de basisschool ging het in het begin redelijk, later ontstonden er problemen met andere kinderen. Toen hebben we contact gezocht met Jeugdzorg. Ik hield mijn hart vast voor de middelbare school. Ik wilde graag dat ze naar speciaal onderwijs ging, maar daar kwam ze niet voor in aanmerking. In het voortgezet onderwijs ging het inderdaad verkeerd: spijbelen, rare afspraakjes met jongens, geld stelen, steeds later thuis komen. Ze was toen twaalf. Een mooie meid en met make-up zag ze er ouder uit. Wij kregen steeds minder vat op haar en verloren uiteindelijk alle zeggenschap. Op een gegeven moment kwam ze in de crisisopvang terecht. Dat is geen plaats waar je je kind wilt hebben. De loverboys stonden beneden aan de deur en het personeel stond buiten te blowen. Maar wat moesten we? Thuis was helemaal geen doen, dan was ze binnen de kortste keren verdwenen. Ik heb ervoor gewaakt een gevangenis van ons huis te maken. Het moet een warme plek blijven, weliswaar met regels, maar wel één waar ze graag is. Ze kan altijd bij ons terecht, maar ze zoekt de aandacht van jongens, foute jongens. Uiteindelijk kreeg ze een indicatie voor een verblijf in een instelling met een orthopsychiatrische afdeling. Wat er dan op gang komt... Of beter gezegd: wat er níet op gang komt. De ene instelling zit vol, de andere heeft een wachtlijst, de derde vond haar te jong en de vierde vond haar niet psychiatrisch genoeg. Ons kind werd als een hete aardappel doorgeschoven. Ze had behandeling nodig!

Lees in VROUW Magazine 48 hoe dit verder afloopt.


Weekendabonnement
Weekendabonnement?
Met bloemen geef je gevoel. Geef mee en win!
Gerelateerde artikelen

Volg VROUW op:
twitter hyves facebook googlePlus RSS