Dat heeft ivf-arts Bea Lintsen van het Universitair Medisch Centrum St Radboud (UMC) in Nijmegen berekend voor haar proefschrift, waarop zij volgende week promoveert. Lintsen becijferde de kosten van rond de 70.000 geslaagde zwangerschappen, die sinds de introductie van ivf in Nederland in 1983 tot stand zijn gekomen.
Over de kosten van kunstmatige bevruchting is al jaren veel te doen in de politiek. De meeste verzekeraars vergoeden drie pogingen, maar tot nu toe bestond geen algemeen aanvaard gemiddeld kostenplaatje, terwijl de kosten per kliniek ook nog eens uiteen kunnen lopen.
Onduidelijke verschillen
Volgens Lintsen is 45 procent van de behandelde vrouwen binnen een jaar nadat zij met ivf of icsi begonnen zwanger of zelfs al bevallen. Maar, aldus de wetenschapper, er zijn nog niet nader te verklaren verschillen tussen de diverse behandelcentra. Om daar een goed beeld van te krijgen, zouden de centra van alle paren ook gegevens als levensstijl, overgewicht of rookgedrag moeten bijhouden.
Paren die niet vanzelf een kind kunnen krijgen, komen na gemiddeld 3,5 jaar in aanmerking voor kunstmatige bevruchting. De kans dat deze paren terwijl ze op de wachtlijst staan voor een behandeling spontaan alsnog in verwachting raken, is gemiddeld 9 procent, stelt Lintsen. Zij vindt dat percentage te laag om uitstel van behandeling standaard aan te bevelen.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer