Beertje van Beers ken je waarschijnlijk al uit haar periode als model en
daarna van haar werk als presentatrice of haar columns en reportages voor
het tijdschrift Starstyle. Sinds vijf jaar schrijft ze bijna wekelijks voor
de Zondagskrant van De Telegraaf en nu is ze vaste columniste voor VROUW
magazine.
Ik dacht dat ik met mijn minuscule luipaardgevalletje de perfecte bikini had gekozen, maar ik bleek zwaar overdressed te zijn. “Alle vrouwen hier zijn… bloot!” stamelde ik tegen mijn vriend, een Nederlandse Brazilofiel die me lachend richting branding sleepte. “Joh, dat is een optische illusie. Zo werkt de Braziliaanse bikini: die laat alles zien zonder álles te laten zien,” zei hij. Ik knipperde nog eens tegen het verblindende zonlicht en zag dat die goddelijke, flanerende en zonnende vrouwen inderdaad toch allemaal (uiterst) minimaal bedekt waren. En heel opvallend: niemand was topless. “O nee, hoe bloot de dansende sambakoninginnen ook zijn tijdens het carnaval, zo strikt volgt men hier de bikinicode: tepels ten alle tijden bedekt.”
Ach ja, de bikinicode. Een verraderlijk cultureel fenomeen waar elke vakantieganger geheid mee te maken krijgt. Zo zag ik tot mijn grote verbazing in India de Saddhu’s (hindoestaanse heilige mannen) op straat lopen in kittige rode stringetjes, terwijl er van mij werd verwacht dat ik in een jurk met lange mouwen over een broek in de Ganges zou springen. En in Thailand waar de combinatie bikini/paal/gogo-laarzen zowat is uitgevonden, gooit mijn Thaise familie altijd hoofdschuddend een T-shirt over mijn bikini.
In alle landen waar ik ben geweest, is het breken van de bikinicode een absolute faux-pas, die zelfs een onnozele toerist niet wordt vergeven. Geen wonder dat de bikini in de jaren veertig vernoemd is naar Bikini, het eiland in de Grote Oceaan waar de Amerikanen een groot deel van hun kernwapenproeven uitvoerden; die ogenschijnlijk onschuldige lapjes stof zijn namelijk een explosief wapen.
Twee weken geleden ging ik naar het Televisie Festival in Monaco en besloot geen enkel risico te nemen. Maar liefst zes paar bikini’s gooide ik in mijn koffer: van een minuscuul gouden setje tot een stippelgeval met schattige witte ruches ter ere van Brigitte Bardot die ooit het begrip bikini-babe in het leven had geroepen. En jawel, de scène bij het zwembad van mijn hotel was precies zoals ik verwachtte: Franser dan Frans. Drukke poolboys in superkorte broekjes, kettingrokende mannen in Speedo’s, prachtige vrouwen in… eh, wacht ’ns even? Was iedereen echt topless? “Pardon, wat is hier eigenlijk de bikinicode?” vroeg ik aan de beauty naast me. “Code?” zei de diepgebruinde Française en blies vol verachting haar sigarettenrook richting het water. “Daar doen we hier niet aan, chérie. We hebben wél een bikinitheorie: als je nu niet draagt wat je wilt, zie je later foto’s terug van je goddelijke zelf en vraag je je af waarom je je ooit door één of andere belachelijke onzekerheid hebt laten beperken in je bikinivrijheid. Eén ding is namelijk zeker in het leven: morgen heb je meer rimpels en cellulitis dan vandaag.” Waarop deze preutse Hollandse meid haar bikinitopje losmaakte en een rosé bestelde. Om elf uur ’s ochtends. Tja, ’s lands wijs, ’s lands eer, toch?
© 1996-2010 Uitgeversmaatschappij De Telegraaf B.V., Amsterdam. Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer