Bert Dijkstra is journalist van de Telegraaf. Bert is getrouwd met mevrouw
Dijkstra. Mevrouw Dijkstra, die veelvuldig wordt aangehaald in zijn
verhalen, heet Sabine en de andere vrouw in zijn huis is dochterlief: Demi.
Zijn leukste columns werden in het boekje Pa is de Lul verzameld.
Daarbij wordt het principe gehanteerd: stoffelijke zaken, zoals sokken, schoenen en zakdoeken, zijn opgeruimd, zodra ze aan het gezicht worden onttrokken. Afgebeten vingernagels passen prima achter de bank, speelgoed verdwijnt met een sierlijke boog over de rugleuning van de driezitter. Toen ik alleen woonde, diende de kelder als ideale stortplaats van overtollige huisraad. Had als bijkomend voordeel dat je steeds minder traptreden hoefde af te dalen om de bodem te bereiken. Oude kranten en bladen werden weggedrukt in de gang en ook dat had een positieve bijwerking: in geval van een gasexplosie, zouden de muren blijven staan. Zodoende kabbelde mijn leven plezierig voort volgens aangename logica, die bovenal weinig energie vrat. En toen moest ik zonodig mevrouw Dijkstra tegenkomen, aanhangster van een extreem tegengestelde opruimpolitiek. Voor mij is een kast een laadbak waar pas te veel in zit als de deur niet meer dicht kan. Voor mevrouw Dijkstra is zo’n zelfde kast een ruimte die optimaal gelucht moet worden.
Om die reden weigert zij chronisch de deur te sluiten, hetgeen akelig indruist tegen mijn struisvogelpolitieke principe dat iets is opgeruimd als ik het niet meer zie. En dan is er ook nog het dilemma van ’t afval, in huize Dijkstra verzameld in een roomwitte pedaalemmer met uitneembare binnenbak. In die bak moet een zak. Mevrouw Dijkstra vouwt de bovenkant van de plastic zak steevast minstens twintig centimeter over de rand van de bak, waardoor er volgens mijn mannenlogica in de pedaalemmer aanzienlijk minder ruimte overblijft voor troep en de zak dientengevolge veel eerder vervangen moet worden. Dat botst ernstig met de levensvisie van de rechtgeaarde struisvogelpoliticus. Als tegenzet prop ik de lege tomatensoepblikken zodanig driftig in de emmer dat de zak kreunend twintig centimeter zakt. Het gevecht aanschouwend zegt Mevrouw Dijkstra (ook niet gek): “Vanaf nu mag jij de zakken vervangen.” Daar sta ik dus, iedere woensdagavond, te sjorren aan het veel te dunne plastic van een veel te volle zak, die scheurt omdat een vlijmscherp tomatensoepblikje blijft hangen achter de rand van de pedaalemmer, zodat een drassig restje chili con carne vergezeld door een klodder verzuurde yoghurt en druipende koffiefilters op de keukenvloer kwakt. Maar de volgende keer wel weer gewoon net zo lang stouwen tot de vuilniszak oogt als een zwangere vrouw net na het knappen der vliezen. Zoals het de ware struisvogelist betaamt.
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer