Bert Dijkstra (51) is journalist van de Telegraaf. Bert is getrouwd met
mevrouw Dijkstra. Mevrouw Dijkstra, die veelvuldig wordt aangehaald in zijn
verhalen, heet Sabine en de andere vrouw in zijn huis is dochterlief: de
7-jarige Demi. Zijn leukste columns werden onlang in het boekje Pa is de
Lul verzameld.
Tijdje geleden bekende ik op deze plaats dat m’n tanden door acute erosie worden besprongen zodra ik word geconfronteerd met lieden die niet rusten voordat zij hun overtuiging door mijn strot hebben geduwd. Deze openbaring is de basis voor een hartverwarmende affaire, ingeleid met een eerste liefdesbrief vanuit het verre Almelo, die begint met de woorden: Beste Bert, enig idee hoe erg het is voor een Jehova’s getuige om mensen zoals jij aan de deur aan te treffen? Daarmee was het ijs meteen gebroken. Ik schoot subiet in een lachstuip en is humor niet de fundering voor iedere rotsvaste relatie? Ooit, in een vorig leven, werd er driftig aan de bel getrokken op een goddeloos vroeg tijdstip, terwijl ik lag te slapen in een door mijzelf in elkaar getimmerd bed. Die sponde was bedoeld voor de eeuwigheid, maar aangezien mij het talent ontbeert van pak ’m beet een timmerman te Bethlehem, lazerde de hele handel in elkaar toen ik op weg naar de voordeur m’n billen afzette tegen het matras. Dat was welbeschouwd het einde der tijden, maar dan wel voor een beperkt stukje aarde van twee bij twee meter. De rest van de wereld volgt binnenkort, wilden twee Jehova’s getuigen in de deuropening mij gaarne uitleggen. Ik vond dat een tamelijk irritante aanslag op mijn welverdiende zaterdagmorgenrust, maar dat blijkt met terugwerkende kracht dus nogal egoïstisch gedacht. Beste Bert, enig idee hoe erg het is voor een Jehova’s getuige om mensen zoals jij aan de deur aan te treffen? Heerlijk. Zij hangen aan mijn bel en dan moet ik begrijpen hoe erg het voor hen is dat ze oog in oog met mij komen te staan. Maar, Godlof, m’n nieuwe vriendin uit Almelo is niet boos, hooguit verdrietig. Ze wil in vrede met mij leven, zoals Jehova, dé God van de wereld, het wenst. En daar glipt dan toch het eerste echte breukje in onze prille verhouding: dé God van deze wereld. Dachten de Germanen ook, toen ze hun Wodan aanbaden (en Wodan wordt hedentendage toch echt uitsluitend nog gebruikt als hondennaam). Dachten de Romeinen ook, met hun Jupiter, en de Grieken, met hun Zeus. Denken de moslims ook, met hun Allah, en de Hindoes, met hun Brahma. Allemaal hebben ze mijn respect, maar laat mij in godsnaam met rust. Dat is ook de redding voor onze relatie, lieve vriendin te Almelo. We kunnen intens gelukkig zijn, tot de wereld vergaat. Maar alleen als je met je vingers van mijn deurbel af blijft.
© 1996-2010 Uitgeversmaatschappij De Telegraaf B.V., Amsterdam. Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer