Catherine Keyl begon als verslaggever bij NCRV's hier en nu, maakte vele
talkshows en kende nog vele andere hoogtepunten. Ze maakt nog altijd
tv-programma's voor RTV Noord Holland, presenteert op maandag het
NTR-programma 5OP2 en ze heeft haar eigen online magazine.
Want ja, hoe leg je nou aan mensen uit wat dat “verbinden” is, zou het “iets voor elkaar over hebben zonder ervoor betaald te worden” kunnen zijn?
Een mooi staaltje van “verbinden” hadden wij onderweg. Ik wilde nu wel eens naar Graaff-Reinet, een plaatsje dat me intrigeerde, op bijna 700 kilometer van Kaapstad. Een ongelooflijk saaie weg er naar toe. Stoffig en heet. Toen we er uiteindelijk waren was het 43 graden. Het museum waar we voor kwamen was gesloten, de andere bezienswaardigheid was aardig, een paar leuke winkeltjes, wat galerietjes, maar om daar nou 700 kilometer voor te rijden…
Later zou blijken dat we de lange weg gingen om een levensles te leren. Iemand had ons verteld dat Nieu Bethesda, een nog stoffiger dorp weer 50 kilometer verder, heel erg interessant was. Je moest daar vooral het Owl-house van ene Helen Martin gaan bekijken. Een klein huis met een tuin van 80 vierkante meter waarin allerlei beelden van uilen, kamelen, vogels. En we moesten naar de boerderij van een ex-iT-er, die de stad zat was en zelf geitenkaas en bier was gaan maken aan een romantische rivier.
Leuke dag gehad, wij terug.
Opeens hoor ik een raar geluid: ja hoor, lekke band. Reizen door Afrika over dirt-roads kan haast niet zonder lekke banden, dus we waren blij dat we gecheckt hadden of er een reserveband in de auto was en een krik. De krik deed het echter niet. Wat nu?
Staan we daar in de hitte, we kennen niemand binnen een straal van 600 kilometer, er is echt geen wegenwacht en er is al zeker een half uur niemand voorbij gekomen.
Dan nadert een Opel Monza uit het jaar kruik, bijeengehouden door tape. Erin een grote donkere man met zijn vrouw en kinderen. Peter zwaait als een gek.
“Hebben jullie misschien een krik bij je die het doet?” Ja hoor. De man hijst zich onder onze auto, heeft in een mum alles omhoog, de band los en het reservewiel erop. “Heel erg bedankt,” zeggen wij en willen hem iets geven, maar daar wil hij niet van weten.
We staan onderaan een heuvel, de helpende auto is bijna over de heuvel verdwenen als we tot de ontdekking komen dat het reservewiel blokkeert. Peter knippert verwoed met zijn lichten. Deze mensen zijn onze laatste redding. De man-met-gezin komt terug in de achteruit.
Het reservewiel past helemaal niet. De meneer zegt dat er maar één ding opzit, en dat is het wiel met de lekke band naar Graaf-Reinet brengen. Hij gaat met z’n vrouw en kinderen daar winkelen, hij zal de band op de terugweg meenemen.
Dat gaat wel even duren, denk ik, heen en terugrijden, garage vinden, wiel erop, reken maar drie uur. Na 50 minuten komt de man terug.
“We hebben maar niet gewinkeld”, zegt hij, ”we konden u toch niet zo lang in die auto laten zitten.” Ik moet zachtjes huilen om zoveel vanzelfsprekende goedheid.
Dat is nu verbinden.
Maar wie doet dit in Nederland?

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer