Catherine Keyl begon als verslaggever bij NCRV's hier en nu, maakte vele
talkshows en kende nog vele andere hoogtepunten. Ze maakt nog altijd
tv-programma's voor RTV Noord Holland, presenteert op maandag het
NTR-programma 5OP2 en ze heeft haar eigen online magazine.
Een paar dagen later kom ik haar weer tegen. „Weet je dat je me enorm hielp met die opmerking?” zegt ze. „Ik ben de laatste tijd zo in de put en ik probeer dat niet te laten merken. Dat lukte dus, begreep ik uit wat je zei.” „Maar waarom zit je in de put?”
„Als ik dat nou eens wist. Ik heb geen enkele reden. Ik heb een fijn huwelijk, leuke kinderen, we hebben een goed inkomen. Het enige dat ik kan bedenken is, dat de kinderen nu volwassen zijn. Ze hebben me niet meer nodig. Ik ben heel erg gewend voor hen te zorgen. Ik voel me zo overbodig. Zou dat het wezen?”
„Nou, ik weet wel, als je van de ene levensfase naar de andere gaat kan dat heel pijnlijk zijn. Ik zit zelf ook wel eens in de put. Dan denk ik: wat moet ik nou? Is dit het dan?”
Ze kijkt me verbijsterd aan. „Jij? Maar in mijn ogen heb je het zo goed voor elkaar. Je reist, maakt tv-programma’s, hebt je eigen website, je hebt toch een gaaf leven?”
„Zo zie je, de buitenkant zegt niks. Er zijn zoveel succesvolle mensen die zich van binnen klein en onwaardig voelen. Ik heb trouwens zelf van kinds af aan last van down zijn. Op school zeiden ze al tegen me: jij bent van Himmelhochjauchzend zum Tode betrubt, oftewel het ene moment ongelooflijk vrolijk en dan enorm in de put. Een echte reden is er eigenlijk nooit voor. En het wordt alleen maar erger als mensen je een zeur vinden en je niet serieus nemen. Ik heb ooit eens op een redactie gewerkt waar ze het geweldig interessant vonden om artikelen over depressies te schrijven, maar als je dan zei dat je een beetje down was keken ze je aan met een blik van: heb je haar weer met haar eeuwige gejammer.”
„Ik heb precies hetzelfde. Het is bij mij echt een heftige vorm hoor, ik ben zelfs bij een therapeut. Die gaf me als advies om eerlijk te zijn over m’n gevoel. Dus als mensen vragen: ’hoe gaat het?’ moet ik van hem antwoorden: ’niet zo goed’. De bedoeling is dat mensen dan vragen: ’wat is er dan?’ Maar dat vragen ze niet. Ze zeggen ’o’. En als je uitlegt wat er aan de hand is wenden ze hun hoofd af. Je ziet ze denken: wat een zeikerd.”
„Jammer dat er geen talkshow meer is op tv waar je dit soort problemen van anderen kunt horen en je meteen kunt realiseren dat je niet de enige bent,” grinnik ik. „Het zou misschien wel helpen,” beaamt ze. „Je wordt wel steeds eenzamer zo met je verdriet.”
Eén op de zes Nederlanders last heeft van depressies. Ik hoor er nooit iemand over. We hebben blijkbaar niet eens de tijd meer om te luisteren hoe het echt met de ander gaat.
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer