Daphne Muriël Deckers (40) is van alles wat. Ze is ex-topmodel, dé vrouw van
ex-toptennisser Richard Krajicek, presentratrice van onder meer Hollands
Next Topmodel en De Naakte Waarheid en ook is deze alleskunner een
succesvolle schrijfster.
Gelukkig heb ik wel een goed geheugen voor situaties. Het overkomt me namelijk regelmatig dat mensen me aanspreken over het heuglijke feit dat ze mij in 1993 hebben geïnterviewd voor de schoolkrant van Kleidorp. Of dat ik in 1997 een boek heb gesigneerd op de kaasmarkt van Greppelveen. “En weet je nog dat ik in 2001 naast jou zat in het visrestaurant van Lutjewier?” Vaak kan ik me dat inderdaad nog herinneren. Maar namen? Kansloos. Soms weet ik precíes wie iemand is, maar schiet de naam me gewoon niet te binnen. Zo presenteerde ik jaren geleden de grote live-finale van Miss Beautiful Black. Bij de ontknoping spoot er confetti over het podium, de feestmuziek werd ingestart, het kroontje werd het toneel opgedragen en ik zei: “Dames en heren, hierrrr is de winnares van Miss Beautiful Black…” En toen wist ik haar naam opeens niet meer. (Sorry, Jasmine Sendar!)
Eerst ging mijn gekluns nog in het gejuich verloren, maar daarna moest ik de winnares kort interviewen. Met het zweet in mijn bilnaad probeerde ik alsmaar om haar naam heen te praten: “Zo eh, schoonheid, hoe voel je je nu?” Op televisie heb ik nooit meer zo’n black-out gehad, maar in het dagelijks leven nog regelmatig. Ik heb er allemaal trucjes voor geleerd, zoals: “Hoe spel je jouw naam eigenlijk?” (Waarop eens iemand antwoordde: “J-A-N, hoezo?”) Nu las ik laatst in een interview met een etiquettedeskundige dat iedereen wel eens ’n naam vergeet, en dat je het ‘gewoon’ opnieuw kunt vragen. Maar ja, soms heb ik het al twee keer gevraagd – en dan? In hetzelfde interview las ik trouwens ook dat wanneer een collega uit zijn mond stinkt, je dat net zo goed ‘gewoon’ kunt vertellen. Echt? Ik vind dat heel moeilijk. Spinazie tussen de tanden, slasaus op de kin, gulp op de tocht – ik zeg het allemaal. Je moet elkaar toch een beetje helpen in het sociale verkeer, want niemand staat graag voor gek.
Toen ik onlangs op een première was, stak mijn behaband achter uit mijn galajurk. Dat had ik nooit geweten als Linda de Mol hem niet op eigen initiatief terug naar binnen had gevouwen. “Dat zegt nou nooit iemand tegen je,” fluisterde ze. En daar had ze gelijk in. Mensen laten je liever met toiletpapier onder je schoen slepen dan je even ergens discreet op te wijzen. Maar bepaalde dingen vind ik ook moeilijk om te zeggen. Zoals een vieze adem. Of van dat witte schuim dat sommige enthousiaste sprekers in hun mondhoeken krijgen. Brr! Hoe zeg je dát? Maar misschien is dit soort gêne typisch iets voor vrouwen. Als ik samen met een vriendin ga winkelen, zeg ik eerlijk wanneer haar iets niet staat. Maar als ze het al heeft gekocht en het trots komt laten zien? Moeilijk. Want wie ben ik om haar aankoop te ruïneren? Mannen zijn daar volgens mij veel makkelijker in. Die kunnen niet veinzen en zien het nut er ook niet van in. Toen ik laatst thuiskwam met een knalrode nieuwe jas vroeg ik aan Richard wat hij ervan vond. “Goh…” zei hij, “heb je het bonnetje nog?”
© 1996-2010 Uitgeversmaatschappij De Telegraaf B.V., Amsterdam. Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer