Jeffrey R. Wijnberg is psycholoog, psychotherapeut en schrijver. Hij is is
geboren in Madison, Wisconsin (VS). Hij is getrouwd met Tatiana
Kratochvil en heeft twee zoons: Martin en Robbie. Samen met zijn
vrouw werkt hij als provocatieve psychotherapeut in zijn eigen praktijk in
Groningen.
Steeds vaker zijn klachten te horen over de manier waarop mensen hun mobieltje paraat houden. Deze mopperaars voelen zich als tweederangs burgers behandeld omdat het mobieltje altijd voorrang krijgt. Maar het echte probleem zit dieper. En dat probleem heeft alles te maken met angst voor afwijzing, jaloezie en gevoelens van minderwaardigheid.
Feit is namelijk dat de moderne mens één geworden is met zijn mobieltje. Het mobieltje is het verlengstuk geworden van zijn identiteit: hij is het mobieltje en zijn mobieltje is zijn ik. Daarmee is in wezen alles gezegd. Degene, die zijn mobieltje voortdurend raadpleegt, wil niets anders dan zijn eigen bestaan in de wereld bevestigd zien. En als daar, toevalligerwijs, een ander persoon ‘live’ bij aanwezig is, dan is dat bijzaak.
Ik bedoel, de enkeling dient zich te realiseren dat hij niets voorstelt tegenover de ‘community’ waarmee de-mens-en-zijn-mobieltje in verbinding staat. Natuurlijk, een ‘live-gesprek’ kan voortgang vinden zolang er vanuit de ‘community’ niets aan informatie binnenkomt. Maar zodra de ‘community’ een teken van leven geeft dan is dat voor de mobiele mens hetzelfde als dat zijn hart spreekt. En waarom zou hij het geluid van zijn eigen hart negeren?
Niet dus. Het echte probleem zit dus bij de mensen die niet meegegaan zijn met hun tijd. Dat zijn mensen die misschien wel een mobieltje hebben, maar dan alleen voor functioneel gebruik. Het gaat om ouderwetse types die denken dat het mobieltje alleen bestaat om te bellen. Zij zeggen: ‘bellen of gebeld worden, dat doe je in je eigen tijd; een kwestie van fatsoen'. Maar deze visie is hopeloos achterhaald en kortzichtig. Het dragen van een mobieltje is veel meer dan het hebben van een telefoon zonder stekker. Mobiel-zijn betekent een sterke verbondenheid onderhouden met een wereld die de aanwezigheid van één enkel persoon overstijgt.
De ouderwetse types zijn bang om buiten de boot te vallen, om afgewezen te worden, om er niet toe te doen. En terecht. Want de werkelijkheid laat zien dat zij hopeloos achteroplopen; dat zij liever blijven hangen in verongelijktheid dan aansluiting zoeken bij de nieuwe wereldorde. Zij kunnen zich dan wel ergeren aan het feit dat het één-op-één-contact wordt onderbroken door een belangrijk whatsapp-bericht. Maar deze ergernis is een uiting van onmacht: het niet kunnen accepteren van hun eigen nietigheid.
Docenten eisen dat leerlingen hun mobieltje, bij binnenkomst, inleveren. En dat lijkt correct. Maar dan wordt er wel les gegeven aan een klas vol geamputeerde ego’s.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer