Sandra Schuurhof heeft het druk. Ze werkt nu als deskundige bij het
SBS6-programma Hart van Nederland. En heeft ze ook nog een eigen column in
VROUW! "Ach, ik kan tot mijn tachtigste altijd nog op de bank zitten."
Hij: Ineens realiseerde ik me dat een leven zonder jou geen zin heeft. Jij bent de vrouw naar wie ik al die jaren op zoek ben geweest.
Zij: En daar kom je nu pas achter? Na alles wat je me hebt aangedaan? (snikt)
Hij: Liefste, het belangrijkste is dat ik van je hou! Ik wil je, ik wil je!
(Ze kussen)
Einde
In het intieme donker van de bioscoopzaal wrijf ik snel de tranen van mijn wangen. Ik ben zo te horen niet de enige, want om mij heen klinkt het zachte geknisper van tissues en voorzichtig gesnotter.
Het is 1988. Ik ben 17 jaar en vol verwachting over de liefde. In mijn hoofd heeft Hij – mijn perfecte man – nagenoeg een gezicht gekregen: aantrekkelijk, verzorgd, attent, intelligent en helemaal ‘into me’. Samen kunnen we de wereld aan en op onze avontuurlijke reizen hebben we spetterende, overweldigende seks. Als hij me hartstochtelijk aankijkt met zijn groene ogen word ik helemaal week. We zijn voor elkaar bestemd, dat weten we allebei en dat maakt dat we geldproblemen en andere tegenslag moeiteloos kunnen overwinnen. Zucht, zo’n liefde wil toch iederéén?
Vele romances later ben ik in wezen nog altijd dat hopeloos romantische meisje. Geef mij een chicklit en je hebt de garantie dat ik nog voor het einde van het boek in snikken uitbarst. Laat Tom Cruise in de film Jerry Maguire de mierzoete woorden “You had me at ‘Hello’!” uitspreken, en ik ben verloren. Mocht u zich afvragen voor wie die tearjerkers gemaakt worden: wel, voor mij! Ik kan er geen genoeg van krijgen. De filmpersonages van Hugh Grant en Brad Pitt weten precies hoe zij een vrouwenhart kunnen veroveren. Met de juiste opmerking en dito plagerige twinkeling in de ogen weten ze me moeiteloos om hun vinger te winden. In moeilijke tijden, wanneer een premenstruele bui mijn humeur aan flarden heeft geslagen, kunnen alleen zij (en nog wat andere collega-acteurs) me kalmeren. In opperste geluk nestel ik me in gedachten in hun gespierde armen, waarna de grootste ramp – denk: een economische crisis – tot het formaat van een puistje op een pubervoorhoofd slinkt.
In werkelijkheid is het moeilijk, zo niet onmogelijk een heerschap van dergelijk kaliber te vinden. De man-van-vlees-en-bloed kan zich in het begin van zijn hofmakerij nog wel het vuur voor je uit zijn gebatikte sloffen lopen, maar nadat de grootste spanning is geweken blijkt hij doorgaans te belazerd om het portier voor je open te houden. Wil hij in het begin van de relatie nog onstuimig de liefde bedrijven in een met rozenblaadjes gevuld bad (zijn idee); de ervaring leert dat diezelfde man er zes maanden later de voorkeur aangeeft met zijn vrienden – pijpje pils in de hand en pizza op schoot – op jouw bank naar een voetbalwedstrijd te kijken.
Dus hou ik het voorlopig maar bij mij imaginaire droomman, die schijnbaar alleen in doktersromannetjes en op het witte doek bestaat. Maar zoals het een romantische ziel betaamt, blijf ik hopen op een happy end in mijn eigen liefdesverhaal. Tot die tijd ben ik in de bioscoop te vinden, waar ik zwijmelend wegdroom bij de perfecte liefde.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer