Ingrediënten:
ruim 1 kg. krabbetjes (spareribs)
sap van 1/2 citroen
2 uien
2 theel, paprikapoeder
1 aubergine
tabasco
200 gr. ongezouten pinda’s
zout en peper
0,5 lt. kippenbouillon
3 eetl. olie
Bereidingswijze:
Zoals gezegd, alweer een recept uit de schatkamer van De Grote Sloof, culinair adviseur van De Kweker. Volgende week krijgen jullie dan de recepten die ik zelf in Zuid Afrika heb opgepikt. Verhit de olie in een ruime braadpan, en bak de krabbetjes bruin, eventueel in twee porties. Haal ze uit de pan. Snipper de ui en knoflook en bak ze omscheppend tot ze zacht zijn, op niet te hoog vuur. Voeg de bouillon en de ketoembar toe, en doe er naar smaak peper, zout en tabasco bij. Breng aan de kook. Doe de krabbetjes weer in de pan en kook ze zachtjes een uur, of tot ze goed gaar zijn (het vlees moet heel makkelijk van het bot gaan).
Doe de pinda’s in een foodprocessor en maal ze zo fijn mogelijk. Voeg eventueel een scheutje olie toe. Snijd de aubergine in blokjes. Doe de gemalen pinda’s door het bouillonmengsel en roer goed tot alle klontjes weg zijn. Voeg ook de aubergine toe, met de citroensap en paprikapoeder. Proef en voeg naar smaak nog wat zout en peper toe. Laat nog ruim een kwartier koken.
Eet de spareribs met de saus met stokbrood of gekookte rijst. Er horen apart gestoomde sperziebonen en worteltjes bij. Desgewenst kunnen deze groenten ook in de pindasaus worden gaargekookt.
Meer recepten op www.etenengenieten.nl

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer