Totaal onverwacht vond journalist Marian van den Hul (nu 49) haar man Luc dood in bed. Hij was op 45-jarige leeftijd overleden aan een hartstilstand. Marian bleef achter met twee jonge kinderen, vol ongeloof over wat er was gebeurd. "We staarden elkaar vol onbegrip aan: hoe kon Luc nu ineens dood zijn?"
“De zon scheen gewoon, de dag dat Luc doodging. Niets wees erop dat ons leven die ochtend zo vreselijk zou veranderen. Toen ik wakker werd, lag Luc luidruchtig naast me te snurken. Ik liet hem lekker liggen - hij was wat grieperig - en bracht Teus (6) naar school en Dorus (3) naar de peuterspeelzaal.
We hadden het goed voor elkaar, vond ik. Luc was een enorme levensgenieter, een aimabele, extroverte man, met een enorme vrienden- en kennissenkring. Hij werkte bij de radio, presenteerde daar jarenlang zijn eigen culturele radioprogramma. En ik schreef voor bladen en onderhield een grote internetsite. We woonden in een huis tegen de duinen en hadden ook nog eens de leukste zoontjes van de wereld. Wat kun je nog meer wensen?
IJskoude wang
Ik installeerde me op zolder om een paar uurtjes te werken en haalde daarna de jongens weer op. Na de lunch liep ik onze slaapkamer in om wat schone was op te bergen. Luc was een avondmens, dus dat hij nog in bed lag verbaasde me niet. De kamer was donker, ik kon nauwelijks iets zien. Maar het was stil in de slaapkamer, te stil. Ik legde mijn hand op zijn arm – en schrok. Die voelde akelig koud aan. Voorzichtig legde ik mijn hand op zijn wang, ook ijskoud. Vol afschuw realiseerde ik me: hij is dood. Ik sloeg mijn hand voor m’n mond en paniek golfde door me heen. In de kamer naast me hoorde ik het gekwetter van Dorus, die met een vriendinnetje aan het spelen was. En ik zat daar met een dode Luc. Ik besefte dat ik hulp nodig had, rende de straat over en belde bij de buurvrouw aan. Zodra de deur openging schreeuwde ik: ‘Luc ligt dood in bed!’
In slaap gestorven
De buren belden 112 – daar had ik in alle consternatie niet eens aan gedacht. De buurvrouw holde mee terug naar de slaapkamer, waar we de gordijnen opentrokken. Nu pas zág ik Luc ook. Zijn huid had een onnatuurlijke kleur, maar hij lag nog in exact dezelfde houding waarin ik hem ’s ochtends had achtergelaten. Dat vond ik geruststellend. Hij was duidelijk in zijn slaap gestorven, had het verder niet gemerkt. We brachten de kinderen onder bij een andere buurvrouw, terwijl twee ambulances aan kwamen racen en mannen in gele pakken zich met Luc gingen bezighouden. De politie kwam erbij; een gebruikelijke procedure bij een onverwacht sterfgeval. Ze moesten controleren of het om een natuurlijke dood ging. Toen Luc officieel dood was verklaard, haalde ik de jongens weer naar huis. Ik ging met ze op bank zitten, en had het gevoel dat ik in een slechte soap zat. ‘Papa, is ziek geworden,’ zei ik. ‘We hebben geprobeerd hem beter te maken, maar dat is niet gelukt. Nu is hij dood.’ Ze knikten, maar wat ik zei, drong niet echt tot ze door. Ze mochten pannenkoeken eten bij de overburen, en huppelden weer vrolijk de straat op. Dat papa weg was en nooit meer terug zou komen, dat besef kwam pas later, veel later. Ik kon het zelf ook niet geloven. Zijn jas hing aan de kapstok, zijn sleutels lagen op tafel. Hij kon toch niet dood zijn? Ik ging bellen, met familieleden, vrienden. ‘Luc is dood, ja, dood, hartstilstand. In zijn slaap.’ Steeds weer herhaalde ik het. Alsof ik het zo zelf kon gaan geloven.
Hoge bloeddruk
Het huis stroomde vol met familie. We staarden elkaar vol onbegrip aan. Hoe kon dit nu toch, zo plotseling? Was er geen enkele waarschuwing? Eerlijk gezegd, was die waarschuwing er wel. Luc had een paar maanden thuis gezeten, in de ziektewet, omdat hij een te hoge bloeddruk had. Na een doktersbezoek had de dokter hem zelfs bijna in het ziekenhuis laten opnemen. Ik deed zijn verhaal af als een beetje overdreven. Hoge bloeddruk, daar kreeg je pilletjes voor, en dan ging die omlaag, dacht ik. Wel zocht ik zijn medicatie op internet op om te kijken wat de bijverschijnselen waren. Luc was verontwaardigd en zei vol drama: ‘Ik was bijna dood en jij gaat op internet de medicijnen opzoeken!’ Nou ja, bijna dood… dacht ik toen nog. Maar een paar maanden later wás hij dood.
Regelwerk
De eerste week ging voorbij, met veel regelwerk. Een kist kiezen, kleding, een kaart, een begrafenis regelen. De uitvaart ging vanuit zijn stamcafé; een passend afscheid met veel muziek en zijn kist op het podium. En Luc werd begraven op het kleine begraafplaatsje direct achter ons huis. Kon het mooier? Vanuit de achtertuin kunnen we ’m zien. Dat voelde vertrouwd. Maar echt doordringen deed het allemaal niet. Ik voelde me losgeslagen, in een vacuüm.
Na de begrafenis keerde de rust terug. Ik wilde dat het leven weer normaal werd, maar dat kon natuurlijk niet. Wat voor ons normaal was, zou nooit meer terugkomen. Dat je leven zo’n omslag kon maken, had ik mij nooit kunnen voorstellen. Langzaam begon het tot ons door te dringen, het besef dat die gezellige, vrolijke man ons leven niet langer zou delen. Ik was vastbesloten om niet in het verdriet te blijven hangen. Eigenlijk schoot dat al door me heen op het allereerste moment, toen ik Luc net dood in bed had gevonden. We gaan nu niet de rest van ons leven ongelukkig zitten zijn, dacht ik. We gaan hem missen, zullen om hem huilen, maar we gaan wel verder, gaan met ons drietjes lol trappen en een leuk leven hebben.
|
Lees in VROUW Magazine 39 hoe Marian haar leven herpakt heeft. Ben jij ook iemand verloren aan een plotselinge hartstilstand? Praat met ons mee! |

© 1996-2013 TMG Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Gebruiksvoorwaarden | Privacy | Cookies | Cookie-voorkeuren | Disclaimer