’s Avonds laat en soms zelfs ’s nachts hebben de meisjes nog fittings bij de modehuizen. Dan kijkt de ontwerper of hij haar echt wel wil boeken voor de show en welk outfit ze krijgt om te showen. Vijf uur slaap per nacht is veel.
Ontwerpers willen doorgaans niet dat de meisjes lachen, omdat dat weer zou afleiden van de kleding. En dat dat klopt, zag ik afgelopen weekend bij de show van Girbaud. Het duo probeert altijd iets anders op de catwalk. De ene keer is het een tableau vivant, de andere keer moeten de modellen dansen, springen en gek doen. Zoals afgelopen keer. De meisjes, waaronder de stoere Omahyra liepen uitgelaten, wild zwaaiend met de armen over de catwalk. Zo wild dat ik alleen maar met kromme tenen naar het hysterische gedoe op de catwalk heb gekeken.
De kleding? Amper gezien. En ik geef je op een briefje dat alle foto’s er rampzalig uitzien. Geen fotograaf kan de ongecontroleerde bewegingen gracieus vastleggen. Ooit heb ik François Girbaud geïnterviewd en een van mijn vragen was waarom hij de modellen niet net zoals de andere ontwerpers recht toe recht aan laat lopen. ‘Dat vind ik saai,’ zei hij toen. ‘In mijn kleding kan je je goed bewegen, dat wil ik laten zien.’
Maar op de catwalk werkt het niet. Misschien leuk als je één show per dag ziet, maar niet als je er minimaal acht per dag en dat vier weken achter elkaar ziet. Dan wil je gewoon weten hoe de kleren er uitzien.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer