Maar ook de vrouw achter de creaties spreekt tot de verbeelding. Zo staat het leven van Gabrielle 'Coco' Chanel centraal in drie films, waaronder de miniserie Coco Chanel met Shirley McLaine in de hoofdrol. Afgelopen week werd de film Coco Chanel & Igor Stravinsky in Cannes vertoond. En vanaf morgen draait de film Coco avant Chanel in de bioscopen.
Doorbijtertje
Dat er drie films over één vrouw worden gemaakt, zegt iets over de persoon Gabrielle Chanel. Het vastberaden doorbijtertje dat je kon uittekenen met parels, gouden kettingen, sigaret in de mond en schaar in de hand, was niet zomaar een vrouw. Ze was haar tijd ver vooruit, introduceerde een geraffineerde, tijdloze stijl en bouwde haar imperium in een tijd waarin vrouwen niet werkten.
Haar kracht en sterke persoonlijkheid schrijven modehistorici toe aan haar harde jeugd. Geboren in Saumur als Gabrielle Bonheur Chanel groeide ze op in een weeshuis bij de nonnen. Haar moeder overleed toen ze elf was, haar vader was naar Amerika vertrokken. De nonnen leerden haar stikken. Haar liefde voor zwart-wit en strakke lijnen, het Chanel-handschrift waar we zo van houden, zou ze aan die tijd hebben overgehouden.
Passie
Maar kleding maken, was niet haar eerste passie: ze wilde het podium op. Toen ze op eigen benen stond en geld verdiende met optredens in een café, begon ze uit nood bühnekostuums voor haar zus en zichzelf te maken. Aan het liedje dat ze op het podium zongen, KoKoRiKo, dankt ze haar bijnaam Coco.
Ze ontmoette Etienne Balsan, een rijke Franse officier die haar meenam naar societyfeestjes, waar ze vol walging keek naar de oncomfortabele, overdadige jurken met veel versiersels. Als tegenreactie maakte ze praktische kleding zoals broeken, truien en wijde jasjes. Die jongensachtige look, geboren uit praktische overwegingen en toen absoluut onacceptabel, groeide uit tot een rage. De eenvoud en het comfort van de stukken die - zo bleek later - de aanzet tot haar wereldberoemde signatuur was, vormen nu de basis van menig garderobe.
Rieten hoedje
De eerste stap naar succes dankte ze aan de paardenraces in 1912 waar Balsan haar mee naartoe nam. Coco droeg een rieten hoedje dat ze had versierd met linten en kant. Alle vrouwen (vooral ex-minnaressen van Balsan) wilden er een hebben, waarna ze in 1912 een hoedenwinkel opende.
Haute couture volgde, ze was de eerste in de Franse modewereld die avondjurken van jersey maakte. Keer op keer wist ze vrouwen te behagen met haar simpele, maar chique creaties. In 1925 introduceerde ze een wollen jasje met knopen die als sluiting dienden en niet als decoratie. Een jaar later kwam ze met la petite robe noire. Volgens modehistorici had ze tijdens een operavoorstelling alleen maar vrouwen in enorme jurken gezien, waarna ze vond dat een eenvoudig zwart jurkje de enige vorm van elan was.
Zelf vertelde Coco een ander verhaal. De dood van haar geliefde Boy Capel - hij kreeg een auto-ongeluk op weg naar Engeland waar hij stoffen voor Coco kocht - zou de aanleiding zijn geweest voor het sobere zwarte, inmiddels klassieke jurkje.
Atelier
Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog sloot ze haar atelier, om in '53 op 71-jarige leeftijd een comeback te maken. Op 87-jarige leeftijd overleed ze in The Ritz, waar ze twintig jaar een suite had. Tijdens een persconferentie in '67 zei ze: "Als ik op een dag doodga, weet ik dat de oorzaak verveling was."
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer