
Leer breien met verslaggever Marjolein Hurkmans
Hier nog even wat praktische brei-informatie op een rijtje:
Opzetten:
maak een lus in het garen en zorg dat je een flink eind losse draad laat
hangen (en dan bedoelen we echt een flink stuk. Niks zo vervelend als
halverwege het opzetten erachter komen dat de draad te kort is en opnieuw
moeten beginnen).
Manier 1:
haak een sliert lossen van evenveel steken als je op moet zetten met een
haaknaald die één maat groter is dan de naald waar je op gaat breien en rijg
de breinaald door de steken heen. De laatste gehaakte steek moet als laatste
de breinaald op (anders zit het garen aan de verkeerde kant!)
Manier 2:
maak een beginlus, zet die op de naald. Leg de draden om je duim en wijsvinger
en maak van je vingers een driehoek. Haal de naald onderdoor de draad die om
je duim zit, over de naald die om je wijsvinger zit en trek de lus om hoog.
Trek de draden aan.
Breien:
in feite zijn er maar twee steken die je moet kennen waarna je alle patronen
kunt breien door die in de juiste manier te combineren.
Rechts breien:
de draad hangt aan de achterkant van het breiwerk. Steek de rechternaald van
voor naar achter door de lus. Sla de draad met je rechterhand om de
rechternaald heen, trek de rechternaald naar onderen zodat er een nieuwe lus
op de rechternaald onstaat. Laat de oude lus van de linkernaald afglijden.
Averechts breien:
de draad hangt aan de voorkant van het breiwerk. Steek de rechternaald van
achter naar voren door de lus op de linkernaald. Sla de draad om de
rechternaald, haal hem eerst over de naald en daarna onder de punt weer door
naar boven. Haal de omslag door de lus en laat de lus afglijden.
Steken:
ribbelsteek; brei alle naalden rechts
Tricotsteek:
brei één naald rechts en één naald averechts
Gaatjes:
steek de naald in twee steken tegelijk in, brei deze. Sla de draad om de
naald. Brei de volgende steek niet maar zet die gewoon op de rechternaald.
Brei de volgende steek wel en haal de ongebreide steek over de gebreide
heen,
Afkanten:
Brei de eerste steek, brei de tweede steek en haal de eerste over de tweede
heen zodat er maar één steek op de rechternaald staat. Brei de derde steek
en haal de tweede hierover heen. Je hebt telkens maar één steek op de
rechternaald over. Afkanten gebruik je ook als je mouwinzetten moet maken.
Het gemakkelijkst is het om dat telkens aan het begin van de naald te doen.
Dus staat er: minder aan weerskanten vijf steken, dan begin je daarmee in de
eerste naald, breit deze helemaal af, draai het werk om en minder opnieuw 5
steken aan het begin van de nieuwe naald (anders zit je iedere keer met je
draad te knoeien).
EHBBO (eerste hulp bij brei-ongelukken)
Belangrijke les: foutjes mogen. Wil je een perfecte trui, winkels genoeg waar je ze kant en klaar kan kopen.
1. Het kiezen van het garen. Je hoeft niet per se het garen van de beschrijvingen te gebruiken. Mocht je iets anders willen kiezen: let op het etiket. Daar staan de gegevens voor een proeflapje op. Vergelijk dat met de gegevens voor een proeflapje in je beschrijving. Staat er in het boek: 20 steken is 10 cm, zoek dan garen dat daarmee overeen komt (22 of 19 steken per 10 cm is nog wel te doen, 30 wordt een probleem, behalve als je het niet erg vindt als het een babytruitje wordt). Naalddikte is iets minder van belang, behalve als je een patroon in je trui breit. Met dunnere naalden brei je meer naalden om tot hetzelfde aantal centimeters te komen dan met dikke.
2. Steek laten vallen: pak een haaknaald en steek die in de geladderde steek. Trek deze telkens om de horizontale draden heen en haak de handel omhoog tot je weer boven bent.
3. Grote fout gemaakt; voor je het werk uittrekt, rijg je een naald door de steken van je breiwerk heen op de hoogte tot waar je het uit wil trekken. Zo maak je er geen onnodige rommel van (wel de naald door àlle steken halen).
© 1996-2010 Uitgeversmaatschappij De Telegraaf B.V., Amsterdam. Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer