Ik ken hem uit de sportschool en na maanden lang met hem geflirt te hebben, zijn we vanavond dan eindelijk in mijn bed beland. ‘Nee,’ antwoord ik. ‘O. Iets anders dan?’ ‘Nee,’ antwoord ik wederom. ‘Ik ben net ongesteld geweest. Maar... gebruik jij dan iets?’ Dat vindt hij maar een vreemde vraag. Waarom wordt de verantwoordelijkheid voor anticonceptie toch altijd bij de vrouw gelegd?
‘Ik moet echt nog niet aan kinderen denken,’ voegt hij er nog even snel aan toe. Ik wel, maar dat zeg ik nog maar even niet. Ik weet dat ik een risico neem en dat mijn droomman het vast al met heel veel andere vrouwen heeft gedaan. Onveilig. Toch kan ik me niet voorstellen dat hij iets onder de leden heeft. Daar oogt hij namelijk veel te fris en fit voor. We blijven samen uitgaan en vrijen regelmatig. We doen wat halfslachtige pogingen om een zwangerschap te voorkomen, maar het onvermijdelijke gebeurt toch: binnen een jaar ben ik in verwachting.
Zelf vind ik dat niet erg; ik ben 36 en klaar voor het moederschap. Maar daar denkt mijn vriend (die 34 is) heel anders over. Hij jammert en kreunt dat hij nog niet toe is aan een baby. ‘Je hebt me er ingeluisd,’ roept hij. Hij dreigt onze relatie te verbreken als ik het kind niet weg laat halen. Hij belooft me gouden bergen als ik voor een abortus kies; dan gaan we samenwonen, misschien zelfs trouwen...
Tijdens de verplichte zes dagen bedenktijd kan ik niet anders dan huilen, kermen en met mijn hoofd onder de dekens liggen. Mijn vriendinnen proberen me over te halen om de baby te houden en beloven me alle hulp. Maar dat zou betekenen dat ik hem voorgoed kwijt ben en ik ben liever zonder kind dan zonder hem. Wanneer de echo wordt gemaakt, doe ik mijn ogen dicht. Ik hoop dat mijn vriend kijkt en alsnog van gedachten verandert. Maar hij zwijgt.
De abortus doet ondanks de verdoving pijn. Mijn buik krimpt samen van ellende, maar mijn hart schrijnt nog erger. We gaan met vakantie. Ik heb nergens zin in, alleen maar in heel veel wijn en in slapen. Hij verwijt me dat ik saai en ongezellig ben. Ik zeg niets terug. Als hij met me wil vrijen, wijs ik hem af. Ik wil zijn armen om me heen voelen, lieve woordjes horen. Ik wil hem horen zeggen dat het hem spijt. Maar hij vindt dat ik zeur en dat ik me er maar over heen moet zetten. Ik was pas acht weken zwanger. Het was toch alleen nog maar een klompje cellen? Het was toch nog lang geen kind? Waar doe ik nou zo moeilijk over? En waarom wil ik nog steeds geen seks met hem?
Thuisgekomen stort ik me op mijn werk. Mijn droomman en ik lijken in snel tempo uit elkaar te groeien. Als ik zeg: ‘Nu zou ik vijf maanden zwanger zijn’ wordt hij woedend en al snel is het voorgoed voorbij tussen ons. Ik heb me nog nooit zo naar gevoeld. Had ik de baby nu maar gehouden. Dan was ik mijn droomman misschien ook kwijt geweest. Maar dan was ik in ieder geval niet in mijn eentje overgebleven…”
In VROUW vertelt blijven de inzenders anoniem. Wil jij ook jouw verhaal delen? Mail of schrijf de redactie: redactie.vrouw@ttg.nl of Vrouw Magazine, Postbus 670, 1000 AR Amsterdam.
© 1996-2010 Uitgeversmaatschappij De Telegraaf B.V., Amsterdam. Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer