*

Zoeken
  Zoeken met  
za 11 okt 2008, 06:30

VROUW vertelt

'Mijn man ziet alles door een roze bril'

AMSTERDAM -  “Al jaren leef ik tussen hoop en vrees. Zullen we dit jaar failliet gaan of halen we het door een klein wonder weer nét. Mijn man heeft een sportzaak en het loopt al vijftien jaar slecht. We draaien voortdurend met verlies en als we eens een beetje winst hebben, gebruikt hij het direct om te investeren. Waarin, denk ik dan. In een zinkend schip?

Ik heb al zo vaak aangegeven dat ik me zorgen maak. Dat ik nachtenlang wakker lig en pieker over onze toekomst. We hebben geen spaargeld, alleen maar schulden. Hoe moet het als we straks te oud zijn om te werken? We zijn nog maar in de veertig, maar ik zie dit echt niet meer goedkomen. Maar dan glimlacht hij en zegt: ‘Je moet erin geloven. Als we dat doen, lukt alles. Het komt goed, ik beloof het je.’ En dan begint hij weer over een nieuwe campagne waarmee we nu echt een nieuwe markt gaan aanboren.

Hij ziet alles door een roze bril en wil van geen opgeven weten. Terwijl ik denk: wees toch eens reëel, man. Als het de laatste vijftien jaar niks heeft opgeleverd, dan zal het nu echt niet ineens goed gaan. Ik geloof er niet meer in. Intussen werkt hij zich rot, zes dagen per week, tien, elf uur per dag. Ook ik moet meehelpen in de zaak, want personeel kunnen we niet betalen. En als we eens vrij hebben, is hij plannetjes aan het uitbroeden en kan ik alleen maar denken aan de rode cijfers in de boeken.

De bank wil ons niets meer lenen en heeft gezegd dat er nu echt iets moet gebeuren. Toen we dat gesprek hadden gehad met ons financiële mannetje, dacht ik: nu is hij wel wakker geschud. Maar nee hoor, mijn man begon zelfs over uitbreiden. Dat we groter moeten denken.

Hij heeft zo’n enorm bord voor zijn hoofd... Als ik het programma zie van Gordon Ramsay die eigenaars van restaurants van de ondergang redt, dan denk ik: was er ook maar zoiets voor winkeliers. Dan zou ik me meteen opgeven. Maar eigenlijk zou ik het allerliefst willen dat we gewoon failliet werden verklaard, dat het voorbij is. Ik weet dat de droom van mijn man dan in duigen valt, maar het zou zo’n rust voor mij opleveren.

De omgeving prijst mijn man altijd om zijn positieve inslag. Wat heb jij toch een vrolijke vent, zeggen ze dan. Ik weet ook zeker dat ze mij maar een zeurpiet vinden, iemand die altijd beren op de weg ziet. Maar zij weten niet hoe diep we werkelijk in de ellende zitten. Hoe zouden ze dat ook moeten weten. Als ze aan mijn man vragen hoe het met de zaak gaat, zegt-ie steevast: ‘Prima. We hebben weer zo’n mooie etalage gemaakt.’ En als er vrienden of kennissen bij ons in de zaak komen en er is weer eens geen klant te bekennen, zegt hij lachend: ‘Goed dat jullie nu komen, want het is net even rustig. Hebben we tenminste tijd om bij te babbelen.’ En ik dan maar lachen als een boer met kiespijn. Ik zou het van de daken willen schreeuwen dat er helemaal niets te lachen valt. Dat ik al jaren niks meer voor mezelf heb gekocht. Dan zouden ze wel begrijpen waarom ik af en toe die alles-komt-goed-glimlach van zijn gezicht zou willen slaan.”

In VROUW vertelt blijven de inzenders anoniem. Wil jij ook jouw verhaal delen? Mail of schrijf de redactie: redactie.vrouw@ttg.nl of Vrouw Magazine, Postbus 670, 1000 AR Amsterdam.


Weekendabonnement
Weekendabonnement?
Met bloemen geef je gevoel. Geef mee en win!

Volg VROUW op:
twitter hyves facebook googlePlus RSS