“Eigenlijk zijn we helemaal niet van die vakantiegangers. Meestal brengen we de zomer door in eigen land. Ik doe in die periode veel aan wedstrijden met mijn paarden, mijn grote hobby. En mijn man Marco houdt al helemaal niet van vliegen; drie dagen Bergen aan Zee vindt hij meer dan genoeg.
Ik had al twaalf jaar geen verre reis meer gemaakt, maar toen mijn broer zou gaan trouwen in Mexico, begon het wel weer te kriebelen. ‘Ga maar lekker,’ zei Marco, ‘ik moet toch werken en er moet iemand op de dieren passen.’ Mijn dochtertje Anjeta zit nog niet op school, dus zij kon gezellig mee, maar natuurlijk wilden ook mijn ouders en mijn zusje en haar vriend het huwelijk niet missen. En zo vertrokken we Eerste Paasdag met z’n zessen voor zestien dagen naar Mexico. We hadden besloten om eerst tien dagen strand te pakken. Anjeta vond het vliegen prachtig. Ze at en sliep lekker en zat gezellig te kwebbelen. Van ons allemaal had zij het minst last van de lange reis, die toch zo’n elf uur duurde. Het hotel in Playa del Carmen waar we verbleven, was prachtig. Ruim, luxe, schoon, goed eten. Maar ook de omgeving was geweldig: mooie witte stranden en hemelsblauw water. En de bevolking was erg vriendelijk. We hebben niet alleen op het strand gelegen, maar ook gezellige uitstapjes gemaakt. Anjeta heeft het nu nog over de dolfijnen, schildpadden en krokodillen. Ze vond het allemaal geweldig. Gaandeweg begon ze wel iets slechter te eten, maar ja, het eten smaakt daar ook anders voor zo’n kleintje. Soms had ze ook wat last van de warmte, want het was elke dag tussen de 30 en 35 graden. De tweede week begon Anjeta wat te hoesten. Maar ziek was ze niet. Na tien dagen namen we een binnenlandse vlucht naar Tampico voor het huwelijksfeest. De trouwerij was onvergetelijk, zo kleurrijk, vrolijk, heel traditioneel. Iedereen genoot. Maar helaas, na zes dagen daar zat onze vakantie er op. We moesten weer naar huis. Gelukkig was het afscheid van mijn broer niet voorgoed, want hij zou later met zijn Mexicaanse bruid terug naar Nederland gaan, waar ze al woonden.
Mondkapjes
Op het vliegveld in Mexico-City waar we op de terugweg een tussenstop moesten maken, liep iedereen met mondkapjes op. Ik denk dat die mensen even verbaasd naar ons hebben gekeken als wij naar hen, want voor mijn gevoel waren we de enige zes zonder mondbescherming. Wij dachten nog dat het vanwege de smog was. Mijn man Marco had wel iets gemaild over griep herinnerde ik me later, maar ook dat er geen mensen aan overleden waren, dus zorgen maakte ik me niet. Trouwens, als het echt zo gevaarlijk was, had de reisorganisatie ons toch wel gewaarschuwd? De terugreis duurde iets korter: negen uur en drie kwartier. Anjeta was in het vliegtuig wel wat hangerig, maar dat weet ik aan de vermoeidheid. Ze was wel warm onderweg. Eenmaal thuis kreeg ze wel koorts: 39,4 had ze ’s nachts. De volgende morgen belde ik mijn moeder: ‘Wat moet ik nou, mam?’ vroeg ik haar. ‘Moet ik hier melding van maken?’ Ik heb toch maar de huisarts gebeld en hem verteld dat we net uit Mexico terug waren. Hij wilde haar in elk geval even zien. Wat was ik achteraf blij dat er toevallig niemand in de wachtkamer zat toen we naar hem toegingen! De dokter onderzocht Anjeta en constateerde op zich niets vreemds: een griepje. Na een halfuur belde hij me op. Hij had de GGD gesproken en die wilde er toch werk van maken. Diezelfde avond kwamen ze nog om slijmmonsters te nemen van haar neus- en keelholtes. Nou, dat vond Anjeta niet leuk. De mensen van de GGD kwamen in gewone kleding naar ons toe, maar voordat ze haar gingen onderzoeken hesen ze zich in blauwe pakken, deden mondkapjes voor en trokken plastic handschoenen aan. Leg dat zo’n kleine maar eens uit. Maar ze waren heel erg lief voor haar. Ze hebben er maar een spelletje van gemaakt en ook haar speelgoedknuffels onderzocht. Tot de uitslag bekend was, mochten Marco en ik ons erf niet af. Gelukkig had ik op de dag van onze thuiskomst meteen boodschappen ingeslagen voor de hele week. De volgende avond kregen we te horen dat Anjeta influenza had, maar dat het nog niet zeker was of het daadwerkelijk om het H1N1-virus ging. Een dag later kwam de definitieve uitslag: ze had de Mexicaanse griep. De GGD kwam onmiddellijk terug om ons te testen. Ook mijn ouders, mijn zusje en haar vriend zijn onderzocht en mijn schoonouders die bij ons langs waren geweest. Maar gelukkig bleek niemand van ons besmet te zijn. Net als Anjeta moesten we wel preventief aan de Tamiflu.
Wereldberoemd in Nederland
Natuurlijk schrok ik wel. Maar ik dacht ook meteen heel nuchter: het is gelukkig een milde vorm. Als je er een drama van gaat maken, maak je het alleen nog maar erger voor dat kleine meisje. Ze begreep er al niets van dat ze een week lang de deur niet uit mocht. ‘Waarom mag ik niet mee?’ vroeg ze dan sip. ‘Omdat je ziek bent, lieverd,’ probeerde ik haar uit te leggen. Dan schudde ze haar hoofdje heel eigenwijs: ‘Anjeta is niet ziek!’ Het ging als een lopend vuurtje. Ik heb mensen moeten afzeggen voor paardrijles, want er mocht echt niemand langskomen, zelfs het erf was verboden terrein. Normaal staat ons hek altijd open, maar dat was nu dicht. Nou, er hebben wat ramptoeristen een rondje gemaakt, hoor. Auto’s reden opvallend langzaam voorbij onze boerderij. Maar ach, dat gaat zo hier in de Achterhoek. Af en toe moest ik wel lachen als ik door het raam keek en zag hoe mensen probeerden een glimp van ons op te vangen. Maar ik heb ook wel eens op het punt gestaan om naar buiten te gaan en te roepen: ‘Pas op hoor, het is ook door wind overdraagbaar!’ Op Koninginnedag gaf het RIVM een persconferentie: de Mexicaanse griep heeft ons land bereikt, een driejarig kind heeft de ziekte onder de leden. Dat is een rare gewaarwording; heel Nederland had het ineens over onze Anjeta! De mensen die een rij voor en achter ons in het vliegtuig hadden gezeten, werden zelfs opgespoord. Dan sta je toch wel even raar te kijken. Zeker omdat onze dochter alweer vrolijk zat te spelen. Toch krijgt ze er wel het een en ander van mee. De laatste tijd zegt ze opvallend vaak dat ze later dokter wil worden. Kan ze de hele dag ziekenhuisje spelen! We hebben nog contact met de GGD. Anjeta is nu gelukkig immuun voor het H1N1-virus, maar wij en de rest van de familie kunnen gewoon nog de Mexicaanse griep krijgen, ondanks de Tamiflu. Maar dat zien we dan wel weer. Ik hou me maar vast aan de wetenschap dat er aan de ‘gewone’ griep wereldwijd nog altijd meer mensen doodgaan. Ik laat me niet zo gauw gek maken. Ik vind dat er uitstekend gehandeld is door het RIVM en de GGD. Snel en adequaat. Die artsen zullen echt wel weten wat goed is. Als ik paardrijles geef, gaan mensen er ook blind vanuit dat ik weet wat ik doe. En zo moet je een dokter ook kunnen vertrouwen. Door alle hectiek zouden we bijna vergeten hoe gezellig en mooi onze vakantie in Mexico is geweest. Ondanks alles moest Marco er ook wel om lachen, toen bleek dat we wel een heel bijzonder souvenir hadden meegenomen: ‘Jeetje, gá jij eens een keer op vakantie…’ Wie weet krijg ik hem wel zo ver om mee te gaan volgende keer. De Mexicaanse overheid heeft ons namelijk uitgenodigd om binnen drie jaar nog een keer terug te komen. Nou, dat ben ík zeker van plan!”
GRIEPCRISIS
• De symptomen van Mexicaanse griep zijn vergelijkbaar met die van een gewone griep: koorts, hoofd- en keelpijn, spierpijn, gebrek aan eetlust, braken. Soms ook diarree. Als u griepsymptomen vertoont, vermijd dan zoveel mogelijk contact met anderen (besmetting is via niezen of hoesten mogelijk) en raadpleeg de huisarts.
• De overheid schaft 34 miljoen vaccins aan tegen de Nieuwe Influenza A (Mexicaanse griep). Het vaccin moet eind dit jaar beschikbaar zijn.
• Deskundigen verwachten dat het virus hard zal toeslaan in het najaar. Nu is er nog sprake van een milde variant, maar na de zomer kan de ziekte agressiever worden. Volgens het RIVM kan dit leiden tot 5 tot 10 keer meer sterfgevallen dan bij een gewone griep. Mogelijke risico-groepen zijn kinderen en zwangere vrouwen.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer