“Eh... vrijdag, zei je?” Wanneer ik mijn moeder bel met de vraag of ze vrijdag kan oppassen, hoor ik behalve geblader in een agenda een lichte twijfel in haar stem. “Het hoeft niet hoor, mam,” zeg ik, “alleen als het lukt.” “Nee, nee,” herpakt mijn moeder zich. Ze is van 1937. De generatie die nooit een beroep deed op wie dan ook als het om de kinderen ging. Je zorgde gewoon zelf voor je gezin. Tegelijkertijd is ze van de generatie die overal een mouw aanpast, dus natuurlijk kan ze. Als verzachtende omstandigheid kan ik aanvoeren dat ik een alleenstaande moeder ben en sinds mijn scheiding moeilijk zomaar een avondje weg kan. Maar toch... “Wat ga je doen eigenlijk?” vraagt mijn moeder, eerder belangstellend dan nieuwsgierig. Was het maar een ouderavond, denk ik, waarom ik een beroep doe op mijn ouders, desnoods een voorlichtingsavond over veilig oversteken, maar hun jongste dochter wil uit, ze wil een avondje lol maken, de bloemetjes buiten zetten en dat lukt niet met een kind. “Laat maar mam. Het hoeft niet. Het is niet belangrijk.” “Nee, nee, we kunnen echt wel, dat zei ik toch al.” “Echt?” “Natuurlijk. Je vader en ik hadden eigenlijk op vrijdag willen gaan bridgen, maar dat zeggen we wel af.”
Niet de enige
Volgens mijn vriendinnen bof ik maar met mijn ouders. Hun ouders passen zelden op. Ze wonen óf aan de andere kant van het land óf hebben er gewoon geen zin in en zijn daar ook heel duidelijk in: “Wij hebben jou opgevoed, nu ben je zelf aan de beurt.” Natuurlijk willen ook de ouders van mijn vriendinnen wel een keertje inspringen, maar ze willen zeker niet elke week vast worden ingeroosterd. En terecht, hoor ik mijn kinderloze zus denken, die vindt dat ik veel te vaak een beroep doe op mijn ouders. Haar neefje is zes, onze ouders zijn 72 en 77 jaar. Ik snap haar punt. Het is nogal wat, zo’n druktemaker in huis als je tegen de tachtig loopt. Maar eerlijk gezegd zou ik niet weten wat ik zonder ze moest. En ik niet alleen. Nederlandse oma’s zien hun kleinkinderen veel, zo blijkt uit een recente enquête onder 525 vrouwen van 50 tot 74 jaar, uitgevoerd in opdracht van het tijdschrift OOK. Over het algemeen passen bijna 4 op de 10 oma’s (39%) minimaal één keer per week op hun kleinkind(eren). Het merendeel past op verschillende tijden op; bijna 30% heeft een vaste oppasdag. Ruim 7 op de 10 oma’s hebben buiten het oppassen om, tenminste één keer per week, contact met hun kleinkinderen, 34% meerdere keren per week en 8% zelfs dagelijks.
Lees verder in VROUW magazine 47.
Voelt jij je weleens schuldig tegenover ‘opa en oma’? En andersom: durf je nee te zeggen tegen je dochter? Praat met ons mee!
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer