Jeroen Nan woont en werkt in Amsterdam. Naast zijn baan als
communicatieadviseur/woordvoerder is hij parttime schrijver. Hij schrijft
onder andere voor de website van Nightwriters en werkt aan zijn eerste
roman. Maar vooral is hij vader. Lees meer over Jeroen op www.jeroennan.nl.
Mijn meest favoriete gerechtje, wat we dan ook best vaak eten, is een pasta met een zelfgemaakte tomatensaus waarin pittige gehaktballetjes (met knoflook, rode peper, citroenrasp en peterselie) zwemmen. Het enige vervelende daarvan is wel dat het opmaken van het bord weinig uitdaging biedt. De pasta ligt op de bodem van het bord, daar schep ik de saus met ballen overheen en dat is het.
Was ik vroeger allang blij dat ik iets gemaakt had wat nog lekker was ook, doe ik tegenwoordig ook moeite om de maaltijd van smoel te voorzien. Om het bord op te maken alsof het een mooie vrouw is. Het gaat om de smaak, maar het oog wil ook wat. Ook voor Cato ben ik haar personal chef. Een paar keer per week sta ik in de keuken om groenten te koken, vis of vlees te bakken en aardappelen, rijst of pasta te maken. En elke avond eet zij er heerlijk van. Ze hoeft het maar te ruiken of te zien en haar ogen beginnen te glimmen als diamanten en met haar handen slaat ze enthousiast op de tafel. Ze is de gast die elke kok graag in zijn restaurant ontvangt. Ook het eten zelf is een feestje voor haar. Haar mond hapt als een die van een goudvis als de lepel in de buurt komt en zodra haar mond vol zit smakt ze smakelijk de warme prak naar binnen. Ze houdt net zoveel van lekker eten als haar ouders.
Het enige verschil met voor ons koken en haar prakkie klaarmaken, is dat het voor Cato ook letterlijk een prakkie is. Alles gaat in de blender en vermaal ik tot puree. Haar bord opmaken, daar is geen lol aan. Niets geen bedjes van groente of een garnering met tomaat. Gewoon vier eetlepels in het bord en happen maar. Het enige dat nog een beetje sjeu geeft is dat op de bodem van haar bord een schaapje staat en we daar naartoe eten. Het vullen van de lepel gaat volgens een systeem waardoor eerst de poten, dan de staart en uiteindelijk de kop van het schaap tevoorschijn gegeten wordt.
Als ik Cato zie eten, dan vraag ik me af waarom ik eigenlijk al die moeite doe om ons eigen bord eruit te laten zien als een stilleven, waarin alles zo mooi op de juiste plek ligt dat je er bijna niet aan durft te komen. Ik doe het omdat ik er blij van word, omdat het oog ook wat wil. Maar uiteindelijk gaat het toch om de smaak. En Cato smaakt het zichtbaar. Haar zien eten, dat is een lust voor het oog.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer