Jeroen Nan woont en werkt in Amsterdam. Naast zijn baan als
communicatieadviseur/woordvoerder is hij parttime schrijver. Hij schrijft
onder andere voor de website van Nightwriters en werkt aan zijn eerste
roman. Maar vooral is hij vader. Lees meer over Jeroen op www.jeroennan.nl.
Dus liep ik zo onopvallend mogelijk dicht langs de bakken en stak mijn hand uit om een snoepje te pakken. Het was echter nooit onopvallend genoeg. En nog steeds zijn kinderen ongeschikt om dingen stiekem te doen waar hun ouders bij zijn. Ze worden ook vandaag de dag nog aangesproken dat het niet mag, dat ze er vanaf moeten blijven. En niet alleen door ouders, ik zie ook wel eens dat een vrouw voor haar onbekende kinderen aanspreekt die met hun vingers in de snoeppot zitten. Maar blijkbaar is een kinderwagen een snoeppot waar ze ongegeneerd in mogen graaien.
Grenzen, schaamte en terughoudendheid verdwijnen bij sommige mensen als de zon achter een donderwolk wanneer ze een baby zien. Als ik met Cato in de supermarkt loop en ze vriendelijk naar iedereen lacht en zwaait, zie ik vertederende blikken en mensen die terugzwaaien. Helemaal leuk, en dat doe ik zelf ook als er andere baby's naar mij lachen. Maar daar laat ik het bij. In tegenstelling tot mensen die menen dat het een uitnodiging is om alle remmen los te gooien. Sta ik bij de kassa af te rekenen of de boodschappen in de tas te stoppen, zie ik als ik me omdraai een volstrekt wildvreemde nog net niet naast Cato in de kinderwagen zitten. En dan op een te hard volume een beetje koetsjiekoetsjie roepen en met haar (het zijn alleen vrouwen die het doen) vingers die ik weet niet waar hebben gezeten aan mijn dochter zitten frunniken. Waar halen ze die vrijheid vandaan om zonder het te vragen aan andermans kinderen te zitten?
Ik bedoel, we mogen met zijn allen best wat socialer worden. Ik vind het ook leuk als er in de supermarkt mensen naar me kijken en me groeten. Dat geeft me het gevoel dat ik er goed uit zie. Dat zou ik zelf ook meer moeten doen. Een beetje vriendelijkheid van vreemden maakt mijn hele dag goed. Maar ik zie het al voor me dat ik in de supermarkt, tussen de komkommers en bananen, een wildvreemde vrouw door haar krullen ga strelen terwijl ik haar zeg wat een lekker wijf het wel niet is. Dan kan ik direct door naar de vleesafdeling voor rauwe biefstuk om de zwelling van mijn ogen tegen te gaan.
Natuurlijk is Cato een snoepje dat eruit ziet om op te vreten. Maar het is net als vroeger bij de drogist: handjes thuis.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer