Jeroen Nan woont en werkt in Amsterdam. Naast zijn baan als
communicatieadviseur/woordvoerder is hij parttime schrijver. Hij schrijft
onder andere voor de website van Nightwriters en werkt aan zijn eerste
roman. Maar vooral is hij vader. Lees meer over Jeroen op www.jeroennan.nl.
Mijn god, wat zijn ze vriendelijk. Terwijl de rij wachtenden voor de kassa langer en langer wordt, blijven ze ijzig kalm en vragen iedere klant of hij alles heeft kunnen vinden, of ze vragen hebben over een bepaald product en of ze het in moeten pakken. De intense rust waarmee ze hun werk uiterst serieus nemen is op het Zen-boeddhistische af. Ik zou er respect voor hebben, als ik niet nog vier wachtenden voor me zou hebben. Niet dat ik in een permanente staat van haast verkeer, maar ik heb allicht iets beters te doen dan in rij te staan wachten.
Maar ze kunnen ook onverbiddelijk streng zijn. Bijvoorbeeld als het om babyzegels gaat. Voordat Cato was geboren, ging ik al regelmatig naar de drogist om de noodzakelijke spullen in huis te halen. Speentjes, flesjes, luiers, billendoekjes, noem maar op. En elke keer kreeg ik keurig babyzegels mee naar huis. Wat we daar mee konden wist ik niet, en eigenlijk weet ik dat nog steeds niet. Toen Cato er was, moest er ook Nutrilon in huis worden gehaald. Toen ik het pak had afgerekend en niets meer dan de bon kreeg, vroeg ik of ik ook zegels mocht hebben. Dat mocht niet. Op mijn vraag waarom niet, kreeg ik als antwoord dat de drogist borstvoeding stimuleert en daarom geen zegels gaf bij de aanschaf van Nutrilon 1. Dat vond ik een nogal discutabel argument, maar omdat er achter mij een aantal mensen in de rij stond, liet ik het daarbij en ging mijns weegs.
Inmiddels zijn we bijna negen maanden verder en hebben we ik weet niet hoeveel babyzegels in huis, omdat ik geen idee heb waar ze allemaal zijn. Elke keer nemen we ze braaf mee, maar ze verdwijnen als Harry Potter onder zijn Mantel van Onzichtbaarheid. Niet dat ze hier heel veel moeite voor hoeven doen, die rotzakken meten ongeveer een halve centimeter bij een halve centimeter.
Het maakt het des te vreemder dat we ze nog steeds 'sparen'. Waarom wil ik elke keer die zegels hebben, wanneer we er toch niets mee doen? Ben ik dan toch gewoon zo'n oer-Hollandse zegelspaarder die het doet omdat het kan? Ik heb geen idee wat ik met babyzegels kan. Toch niet sparen voor een baby, mag ik aannemen. Hoewel het me aan de andere kant ook weer niets zou verbazen, aangezien ik laatst las dat er een Engelse loterij is met als hoofdprijs een Ivf-behandeling. En als die niet lukt, dan krijgt de winnaar een andere behandeling, donoreitjes, een draagmoeder of donorzaad. Ik vermoed dat het net zoiets is als de Grote Donorshow van BNN, maar je weet het maar nooit. Het lijkt me hoe dan ook waarschijnlijker dat ik met een volle babyzegel-spaarkaart korting krijg of leuke hebbedingentjes kan kopen.
Maar die volle spaarkaart zal er wel nooit van komen. Toch stond ik me in te prenten om vooral weer om babyzegels te vragen. De rij voor me slonk langzaam, achter me groeide hij omgekeerd evenredig snel. Toen er nog maar één man voor me stond ging het mis. Met dank aan de vriendelijkheid van de medewerkster, of toch vooral door de reactie van de man. Hij kocht een homeopathisch middel, pilletjes voor of juist tegen het een of ander. 'Bent u bekend met het gebruik van dit product?' vroeg de dame achter de kassa. Voor mij een vraag die ik al honderd keer had gehoord, voor de man leek het de eerste keer. Hij leek verbaasd, zweeg een ogenblik en sprak toen de legendarische woorden: 'Eh ja. Gewoon in je mond stoppen.' Mijn zindelijkheid voorkwam dat ik ter plekke in mijn broek pieste van het lachen. Maar het kostte me moeite om het niet uit te gieren. Zoveel moeite dat ik nadat ik had afgerekend wegliep, zonder om zegels te vragen.
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer