Jeroen Nan woont en werkt in Amsterdam. Naast zijn baan als
communicatieadviseur/woordvoerder is hij parttime schrijver. Hij schrijft
onder andere voor de website van Nightwriters en werkt aan zijn eerste
roman. Maar vooral is hij vader. Lees meer over Jeroen op www.jeroennan.nl.
Staand plassen is een belangrijk verschil tussen mannen en vrouwen, die uitvalt in het voordeel van de man. We kunnen theoretisch plassen waar we willen. In de buitenlucht hebben we geen struikgewas nodig om ons daar achter te beschermen terwijl we met de broek op de enkels gehurkt ons best moeten doen om diezelfde broek niet onder te spetteren. Of in een café, daar biedt het herentoilet veelal ruimte voor meer mannen tegelijkertijd, waardoor je niet eindeloos in de rij moet staan wachten om vervolgens geconfronteerd te worden met een ranzige bril, waar je wankelend boven moet hangen. Nee, staand plassen is één van Gods geschenken aan de man.
Maar het is niet altijd een feestje. Het komt regelmatig voor dat je op een toilet komt waar de zogenaamde schaamschotten ontbreken en je dus letterlijk op een rij staat te plassen. Of beter gezegd, zou moeten plassen. Want om onverklaarbare reden komt er op zo’n moment overal druk op staan, behalve op de blaas. Ik kan het niet, plassen als er mensen te dicht bij me staan. Het probleem is natuurlijk dat ik dan niet zomaar weer weg kan lopen. Dus dan sta ik maar een beetje te doen alsof, tot het moment is dat ik met een gerust hart (maar nog steeds wel met een volle blaas) weg kan lopen. Om later, als er niemand in de buurt is, alsnog te plassen.
Ik weet niet waar het door komt, dat het me niet lukt. Vooral ook omdat het geen structureel probleem is. Vaak ook gaat het wel goed en zandstaal ik nog net niet het glazuur van de pot. Het schijnt overigens wel een serieus probleem te zijn. Plasangst bestaat echt, en komt vooral bij mannen voor. Allicht, vrouwen kunnen immers niet staand plassen. Bij mannen kan de plasangst zelfs zulke grote vormen aannemen, dat ze in een sociaal isolement terecht komen. Zij kunnen wel in alle rust plassen, en hoeven theoretisch niet eens op de bril te letten, maar gezellig is anders natuurlijk.
Poepen echter, daarin verschillen de man en de vrouw niet zoveel. We doen het zittend, met de deur veilig op slot. Niets om je bang voor te maken. Maar het kan wel een soort schaamtegevoel opleveren, vooral als je niet in je eigen huis bent. Ik ken mensen die het liever een dag lang ophouden dan dat ze bij vrienden, in een café of elders het rioolrecht in eigen hand nemen. Die kunnen het alleen thuis op hun eigen pot, eventueel met een krantje of een tijdschrift bij de hand. Zij zien het als een rustmomentje en denken na over de grote dingen des levens.
Voor een baby is het een ander verhaal. Die hebben een luier waarin ze de hele dag door, waar dan ook en in ieders bijzin, naar hartelust plassen en poepen. Hoewel ik bij dat laatste toch een verandering merk. Het is alsof Cato zich al bewust is van de privéaangelegenheid die poepen toch is. Sinds een paar weken verdwijnt ze even als ze moet poepen. Dan doet ze net als wij volwassen en zondert ze zich af. Maar dan wel volgens de kinderlogica dat als zij niemand ziet, niemand haar kan zien. Met haar armpje voor haar ogen breit ze haar bruine rompertje. Wij zien het natuurlijk wel. En ik merk bij mezelf dat ik bijna automatisch mijn gezicht vertrek en mee begin te persen. Met samengeknepen billen, dat wel natuurlijk. Want poepen doe ik niet in het openbaar.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer