Jeroen Nan woont en werkt in Amsterdam. Naast zijn baan als
communicatieadviseur/woordvoerder is hij parttime schrijver. Hij schrijft
onder andere voor de website van Nightwriters en werkt aan zijn eerste
roman. Maar vooral is hij vader. Lees meer over Jeroen op www.jeroennan.nl.
Via een oud-collega van de zus van mijn vriendin hebben we een stacaravan gehuurd op de immens grote camping waar half Amsterdam naartoe gaat. Ik was vergeten hoe het was, een camping. Vroeger, toen ik nog met mijn ouders op vakantie ging, reed mijn vader de vouwwagen, en later de caravan, elk jaar naar dezelfde camping in Drenthe. Maar die tijd lijkt een eeuwigheid geleden en toen ik niet meer met hen meeging, meed ik campings en maakte ik dat ik het land uit kwam. Ik ging, alleen of met vrienden, naar verre oorden en sliep in groezelige hostels waar de kakkerlakken heersten en ik geluk had als er warm water uit de douche kwam.
Op een camping heb je een aantal vaste patronen, die me op dag een alweer terug brachten naar de vakanties in Drenthe. Met de toiletrol zo onopvallend mogelijk verborgen naar het toiletgebouw lopen bijvoorbeeld. Of 's morgen met je onuitgeslapen kop over het pad lopen om te douchen. Waarbij het natuurlijk sociaal verplicht is om iedereen die je tegenkomt te groeten. Zoals ik de hele dag iedereen groet die langs loopt, zelfs als is het voor de zevende keer dezelfde. Op de camping zeg je dan nog steeds 'hallo', zoals trambestuurders elke keer dat ze dezelfde collega tegenkomen op hun rondje door de stad, het belletje laten rinkelen en nonchalant hun wijsvinger optillen. Dat doe je gewoon.
Maar voordat we zover waren, moesten we eerst de caravan tot de onze maken. Dus, de bagage uit de auto slepen en een plekje geven. En dat was nogal wat. Bij het inladen (mijn vriendin had de spullen gepakt) was ik me al rot geschrokken. Op mijn eerdere vakanties had ik niet veel nodig. De laatste keer dat ik zonder mijn vriendin op reis ging, was Costa Rica de bestemming en een van mijn beste vrienden het reisgezelschap. Voor drie weken weg hadden we allebei zo weinig mee dat onze tas als handbagage mee kon. En zelfs dat was teveel, er gingen kleren ongedragen mee terug. Ik had me van de vakantie van dit jaar geen voorstelling gemaakt maar dat we zoveel spullen mee zouden nemen, dat had ik nooit gedacht. Toen ik de tassen in de auto stopte voelde ik me een emigrant, alsof we de rest van ons leven in Bakkum zouden blijven.
Uiteraard hebben we kleren meegenomen die ik niet ga aantrekken en heb ik minimaal twee boeken teveel klaargelegd, maar de meeste spullen zijn toch van Cato. Ik had het kunnen weten, want een dagje naar vrienden in Arnhem betekent al een halve volksverhuizing met de kinderwagen, het campingbedje, haar lievelingsknuffel en kleding. Vooral dat laatste zorgde ervoor dat ik afgelopen zaterdag nog maar met moeite zelf in de auto paste. Haar halve garderobe is mee. Zoveel, dat de mijn kleding in zijvakjes was gepropt, dan weet u wel hoe laat het is.
Zo laat dus; de eerste avond op de camping. Cato lag lekker te dromen, zaten wij buiten aan een wijntje om het begin van onze vakantie te vieren. Lekker kneuterig aan een potje Rummikub, helemaal gezellig. Het werd langzaam donker. De kaarsjes gingen aan en beschenen trillend de tafel. Maar veel warmte gaven de waxinelichtjes niet. 'Ik ga even een trui aan trekken,' zei ik daarom en stond op om de daad bij het woord te voegen. 'Een trui,' zei mijn vriendin. 'Eh, die hebben we dus niet meegenomen.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer