Jeroen Nan woont en werkt in Amsterdam. Naast zijn baan als
communicatieadviseur/woordvoerder is hij parttime schrijver. Hij schrijft
onder andere voor de website van Nightwriters en werkt aan zijn eerste
roman. Maar vooral is hij vader. Lees meer over Jeroen op www.jeroennan.nl.
Toen ze onlangs logeerde bij haar oom, tante, neef en nicht, was haar oom voor haar aan het dansen toen mijn vriendin Cato kwam ophalen. 'Jeroen doet er altijd nog een spagaat bij,' gaf ze de waarheid een draai. 'Dat kan ik ook,' zei grote neef. Toen mijn vriendin vroeg of hij dat echt kon, knikte hij heftig van ja. 'Ik deed het laatst nog,' zei hij. 'Toen deed ik mijn benen steeds verder uit elkaar en toen kon ik het. Ik kon met mijn...'. Even keek hij naar zijn vader alsof hij net betrapt was op iets dat niet mag maar ook niet heel erg is. 'Met mijn piemel de grond aanraken.'
Hij is dus overduidelijk een jongen, anders zou hij geen piemel hebben. Toen ik het verhaal hoorde vroeg ik me ineens iets af. 'Hoe gaan we het eigenlijk bij Cato noemen?' vroeg ik. Dat is zo makkelijk nog niet. Bij jongens is het veel gemakkelijker dan bij meisjes. Jongens hebben een plasser, een slurf of een piemel. Daar hoef je als ouders niet moeilijk over te doen. Maar hoe noem je het bij een meisje zonder dat het plat wordt of ontzettend suf. Voorbibs bijvoorbeeld, dat kan echt niet. Meisjes die Oilily dragen, die hebben een voorbips. Laten we eerlijk zijn, het is een woord van niets. Ik krijg het in ieder geval niet over mijn lippen, net als spleetje. Een ander uiterste is punani. Het betekent hetzelfde, maar heeft een andere lading, waardoor het ongeschikt is. Idem voor doos, gleuf, pruim, poes en het Vlaamse preut. Een ander Vlaams woord, dat ik zelf wel lekker vind bekken, is flamoes. Maar of dat nu het juiste woord is, daar ben ik nog niet uit. En wat betreft vagina, dat is ook goed, maar toch geen winnaar, want te medische encyclopedisch.
Ik vind het maar moeilijk om te bedenken hoe we het haar gaan leren noemen. Of misschien ook niet en is het helemaal niet zo ingewikkeld. Vrienden van ons vertelden laatst een verhaal over hun oudste zoontje. Ze hebben drie jongens en gingen laatst met z'n allen in bad. Hij, drie jaar, ging het rijtje even langs. ' Ik piemel,' zei hij. 'En papa piemel'. Ook bij zijn broertjes was er sprake van een piemel. Maar bij mama niet. Dat loste hij op een even eenvoudige als geniale manier op. 'Mama geen piemel.'

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer