Jeroen Nan woont en werkt in Amsterdam. Naast zijn baan als
communicatieadviseur/woordvoerder is hij parttime schrijver. Hij schrijft
onder andere voor de website van Nightwriters en werkt aan zijn eerste
roman. Maar vooral is hij vader. Lees meer over Jeroen op www.jeroennan.nl.
Het einde van het begin is hetzelfde als het begin van het einde.
Sinds Cato los kon staan, wilde ze lopen. Eigenlijk wilde ze al lopen voordat ze kon staan of kruipen. Kruipen was al cool, omdat ze zelf kon bepalen waar ze heen ging. En dat deed ze met duizelingwekkende snelheid. Tot ze kon staan en in de gaten kreeg dat ze zich misschien ook verticaal zou kunnen verplaatsen. Het Nijntjemobiel bracht uitkomst: daar stapte ze vrolijk mee door de kamer, totdat ze werd tegengehouden door een deur of muur. In het park staan geen muren, daar kon ze zich helemaal uitleven. Alsof ze het gras aan het maaien was, wandelde ze daar naartoe waar Nijntje haar bracht. Nog een paar weken, dan loopt ze, zeiden mijn vriendin en ik tegen elkaar. Het duurde minder lang.
Dinsdagavond kwam ik thuis van mijn werk. We hadden de balkonscène al achter de rug, waarbij Cato op het balkon staat en zodra ze me de straat in ziet lopen begint te lachen en te zwaaien alsof ze niet ons prinsesje is maar de koningin zelf. Normaal gesproken komt ze, zodra ik de deur open doe razendsnel op me afgekropen. Maar dinsdag niet. Toen duurde het een stuk langer voordat ze bij me was. Met twee handen in de lucht, terwijl ze de volledige vier meter alleen maar 'tappetappe' zei, liep ze voor de allereerste keer naar me toe. Helemaal los. Om me een kusje te geven, zich om te draaien en weer terug te stappen maar mama. Ze was apetrots op zichzelf. En wij waren nog trotser.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer