Jeroen Nan woont en werkt in Amsterdam. Naast zijn baan als
communicatieadviseur/woordvoerder is hij parttime schrijver. Hij schrijft
onder andere voor de website van Nightwriters en werkt aan zijn eerste
roman. Maar vooral is hij vader. Lees meer over Jeroen op www.jeroennan.nl.
Ik ben soms wat klunzig en onhandig, waardoor ik mezelf regelmatig bezeer. Ik stoot mijn hoofd aan openstaande keukenkastjes en lampen, haal mijn vingers open aan papier en loop tegen deurposten op. Dat zijn de momenten waarop ik het uitschreeuw, dan doet het echt pijn. Of pijn, het is natuurlijk vooral de schrik… In ieder geval is het andere pijn dan die Cato me bezorgt.
Het begint ’s morgens al, wanneer ze even bij ons in bed mag voordat we gaan aankleden en ontbijten. Ze is blij ons te zien en uit dat door ons lachend in het gezicht te slaan, in de ogen te prikken of aan onze haren te trekken.
Wanneer we op de grond aan het spelen slaan klautert ze graag over me heen. Ze neemt bij voorkeur de weg van de meeste weerstand, of in ieder geval de kortste weg. Terwijl ze over me heen klimt, drukt ze haar elleboog tegen mijn adamsappel en wurgt me bijna. Of ze schopt me op plekken waar ik liever geen trap krijg.
Ze doet het natuurlijk niet expres, is haar eigen lichaam aan het ontdekken en doet dat via dat van papa en mama. Ze weet nu bijvoorbeeld dat ze oren heeft en laat dat blijken door aan de onze te trekken of haar vinger er in te stoppen. Dus het is niet erg, ondanks dat het vreselijk pijn kan doen. Maar we laten het over ons heen komen. Incasseren, vangen de klappen op als een bokser. Verbijten de pijn en blijven lachen. Als een boer met kiespijn, hoewel onze kiezen zo ongeveer als enige geen pijn doen.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer