Jeroen Nan woont en werkt in Amsterdam. Naast zijn baan als
communicatieadviseur/woordvoerder is hij parttime schrijver. Hij schrijft
onder andere voor de website van Nightwriters en werkt aan zijn eerste
roman. Maar vooral is hij vader. Lees meer over Jeroen op www.jeroennan.nl.
We lopen een rondje en ze heeft bij vrijwel alles wat we tegenkomen een verhaal. Het zijn verhalen vol weemoed, vol gemis maar vooral vol liefde. Dat laatste doet me deugd. Haar verdriet wordt niet alleen veroorzaakt door de lange tijd, maar ook door het plezier dat ze heeft beleeft. Door de dierbare momenten die na vandaag alleen nog maar als herinneringen bestaan.
Ze heeft al eerder afscheid genomen, maar vandaag is het definitief. Straks is het echt voorbij. Het is de eerste keer dat mijn vriendin en ik haar ontmoeten, waarschijnlijk ook de laatste. Voor haar is het een afscheid, voor ons het begin. Als ze straks naar huis gaat, trekt ze de deur voor voor het laatst achter zich dicht. Dan is dit haar huis niet meer, maar het onze. Ze beseft het maar al te goed. Terwijl de makelaars zich met praktische zaken als het noteren van de meterstanden bezighouden en wij dromen over hoe het er straks uit komt te zien, ziet zij vooral wat er niet meer is. Het huis waarin ooit haar meubels stonden, haar foto's hingen, waarin haar leven zich zo lang heeft afgespeeld, is leeg. De meubels zijn weg, de muren kaal.
Het duurt een half uur. Dan moeten we weg, naar de notaris. Zij gaat niet mee, de notaris tekent voor haar. We krijgen een hand, ze wenst ons veel geluk en plezier in het huis. Ze huilt. Dit is het moment waar ze het meest tegenop gezien moet hebben. Terwijl wij naar de auto lopen, opgewonden omdat we straks de sleutels krijgen, loopt zij langzaam de straat uit. Partir, c'est mourir un peu.
Ik weet nu hoe dat eruit ziet.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer