AMSTERDAM -
De lente is begonnen, het blijft ’s avonds alweer verrassend lang licht. De
vogels fluiten en de bomen hebben groene knoppen die elk moment kunnen
uitbarsten tot bladeren. Ramen gaan open en verspreiden de geur van
voorjaarsschoonmaak door de straat. De winterjas hoeft niet meer aan.
Jammer.
Was het maar winter. Een strenge, zoals je die – als ik oudere mensen mag
geloven – vroeger nog had. Waarin het vroor dat het kraakte, de sneeuw
je zelfs op twee hoog het uitzicht benam. Een winter waarin het de hele dag
donker was. En omdat de signalen van televisie, radio en telefoon als
ijspegels vastvroren aan de kabels en de kachel het huis niet meer warm
kreeg, bleef je lekker de hele dag in bed liggen. Was het maar zo’n winter,
en waren wij maar een egelgezin.
Cato slaapt bij ons op de slaapkamer. Of slapen, haar bed staat er. Ze kan al
veel. Vooral veel lachen, van alles en nog wat in haar mond stoppen,
omrollen en haar voeten pakken. Slapen daarentegen, dat gaat nog maar
moeilijk. En vooral doorslapen. Elke nacht, ergens tussen vier en vijf uur
wordt ze wakker. Gewoon, zonder dat er echt iets aan de hand is. Dat heeft
ze al eerder gehad. We dachten dat het over was en dat ze nu wel lekker tot
zeven uur ’s morgens zou dromen. Maar de laatste weken is het weer elke
nacht bal.
Vannacht ook weer. Ik heb bewust niet op de klok gekeken omdat ik niet wilde
weten hoe kort ik had geslapen. In ieder geval waren de vogels nog niet aan
het fluiten. De lente, van oudsher een enorme engergiebooster, maar dit jaar
gaat de energie aan mij verloren. Letterlijk. Ik ben kapot, afgepeigerd en
doodmoe. Van elke kik die Cato geeft worden we wakker, waardoor we
ultrakorte nachten in Dromenland beleven. Zolang Cato niet doorslaapt of
totdat we een groter huis hebben waarin ze een eigen slaapkamertje heeft,
word ik steeds meer een Britse vrouw. Die zijn zelfs te moe voor seks, zo
las ik ergens. Ze zijn te moe en schamen zich voor hun lichaam. Ik schaam me
niet voor mijn lichaam, of het moeten de wallen onder mijn ogen zijn
waardoor ik voorzichtig moet lopen om er niet over te struikelen.
Maar niet alleen de Britse dames hebben het zwaar. Niet alleen ik ben moe.
Maar liefst een kwart van de Nederlanders is oververmoeid. Veel mensen
kampen met een tekort aan nachtrust. Toen ik het artikel las voelde ik me in
eerste instantie gesterkt. Mijn vriendin en ik zijn niet de enigen die veel
te weinig slapen. Het onderzoek waaruit deze conclusie werd getrokken
vertelde niet of er ook jonge ouders tussen de ondervraagden zaten, maar ik
vermoedde van wel. Totdat ik verder las en vernam dat wij Nederlanders het
liefst 8,2 uur per nacht willen slapen, maar slechts 7,1 uur nemen. 7,1 uur.
Mijn koninkrijk voor 7,1 uur, en dan lever ik met liefde die 0,1 nog in. Wij
komen niet verder dan een schamele vijf, als ik het naar boven afrond.
Was het maar winter, en waren wij maar een egelgezin. Die houden een
winterslaap waar ze pas weer uit wakker worden als het lente wordt. Als de
vogels fluiten, de bomen knoppen krijgen en de geur van voorjaarsschoonmaak
uit open ramen zweeft.
Het EK-abonnement, 6 weken € 20,-!