Jeroen Nan woont en werkt in Amsterdam. Naast zijn baan als
communicatieadviseur/woordvoerder is hij parttime schrijver. Hij schrijft
onder andere voor de website van Nightwriters en werkt aan zijn eerste
roman. Maar vooral is hij vader. Lees meer over Jeroen op www.jeroennan.nl.
Maandag moest ik ineens toch aan Borsato denken. Of meer aan een zin uit één
van zijn liedjes. Cato lag te slapen, moe geworden van het continue naar
haar voeten grijpen en die in haar mond proberen te stoppen. Nog geen week
geleden kon ze nog maar nauwelijks bij haar voeten en nu deed ze de hele dag
niets liever.
Ik zat achter de computer om de pas gemaakte foto's op te slaan. Ik weet niet
hoeveel foto's we inmiddels van haar hebben, maar het zijn er veel. Ik zat
er wat lukraak doorheen te scrollen, als in een willekeurig tijdschrift in
de wachtkamer bij de tandarts. Ik ken alle foto's, heb ze al honderd keer
gezien. Maar toen ik zo een tijdje aan het kijken was, viel het me op
hoeveel ze al is veranderd in die vijf maanden dat ze bij ons is. En vooral
ook, hoe snel het allemaal gaat. Soms is het zo dat ze 's morgens wakker
wordt met een ander gezicht dan waarmee ze de vorige avond naar bed is
gegaan. Terugkijkend naar het begin, lijkt ze soms onherkenbaar weinig op
zichzelf. Of in ieder geval kan ik me het nauwelijks nog herinneren. Het is
nog maar kort geleden, maar ik zat naar de foto’s te kijken alsof ze jaren
geleden zijn genomen.
Het zijn beelden van een paar maanden geleden, maar de ontwikkeling van Cato
gaat zo razendsnel dat ik veel ‘vergeet’. De afgelopen weken heeft ze
geleerd om te rollen, om de grootst mogelijke glimlach op haar gezicht te
toveren als ze me ziet en dus om haar voeten vast te grijpen. Er gebeurt zo
veel, dat ik me nauwelijks meer kan herinneren dat ze als een klein
hummeltje op mijn arm kon liggen. Dat ze nog geen geluid maakte of dat het
badje nog veel te groot was.
De ontwikkelingen stapelen zich op als bakstenen tijdens een wedstrijd
snelmetselen. Het is dus maar goed dat we heel veel foto’s hebben gemaakt.
En blijven maken, zodat we ook volgende maand nog weten wat er gisteren
allemaal gebeurde. En dat is precies wat me aan Marco Borsato deed denken.
Er schoten me een paar zinnen in het hoofd uit één van zijn liedjes. Een
liedje waar ik, net als de rest van zijn oeuvre, helemaal niets mee heb.
Maar die wel de spijker op de kop slaat.
Wat gaat de tijd toch snel
Gisteren nog zag ik haar voor het eerst
Lag ze hier in m'n armen
Wat is ze mooi
En wat staat de tijd haar goed
Ik knipper m'n ogen en zie hoe ze steeds
Weer een beetje veranderd is

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer