Jeroen Nan woont en werkt in Amsterdam. Naast zijn baan als
communicatieadviseur/woordvoerder is hij parttime schrijver. Hij schrijft
onder andere voor de website van Nightwriters en werkt aan zijn eerste
roman. Maar vooral is hij vader. Lees meer over Jeroen op www.jeroennan.nl.
De boeken die Cato nu heeft, zijn helemaal niet om voor te lezen. Het zijn boeken voor als ze wat ouder is en plaatjes kan kijken en herkennen. Echte voorleesboeken, daarvan zitten er maar weinig tussen. Eigenlijk had ik alleen keuze uit drie boeken van Jip en Janneke. Yes, dacht ik, Jip en Janneke. De helden van vroeger. Waren ze dat maar gebleven.
Soms is het beter om het verleden te laten waar het is, in het verleden. Want door er een deken van tijd overheen te leggen, onthoud je alleen de warme herinneringen die, hoe langer het duurt, steeds mooier worden. De ruwe randjes slijten en wat overblijft, is een diamant met het karaat als van de Ster van Afrika.
Jip en Janneke waren diamanten in mijn geheugen. Een stel fijne snuiters die alleen maar leuke dingen deden en de beste vriendjes ter wereld waren. Ik hoopte dat Cato een Janneke zou worden, met bijvoorbeeld Bram, het zoontje van vrienden dat twee weken ouder is dan zij, als haar Jip. Dat ze dan samen buiten zouden spelen en wij ze alleen met de grootst mogelijke moeite van elkaar konden scheiden als het etenstijd zou zijn. Dat Cato bij hem zou gaan logeren, of Bram bij ons en dat het dan een dolle boel zou worden. Dat ze met elkaar zouden willen trouwen en dat later ook echt zouden doen. Dat hoopte ik. Nu niet meer.
Het lijkt me nog steeds leuk wanneer ze goede vriendjes worden en samen gaan spelen, bij elkaar gaan logeren en met elkaar willen trouwen. Maar de vergelijking met Jip en Janneke, die kan ik niet meer verdragen. Ik heb een paar verhaaltjes uit de boeken voorgelezen, tot ik het niet meer kon. Tot mijn ogen niet wisten wat ze zagen en mijn oren niet wat ze hoorden. De microscoop waardoor ik alleen het lieflijke zag werd weggetrokken en het totaalplaatje onthulde zich; Jip en Janneke zijn helemaal niet zo lief als ik altijd heb gedacht.
Ze doen niets anders dan ruzie maken, tot fysiek geweld aan toe. Als Jip niet een klap aan Janneke geeft, dan schopt zij hem wel. En als er nu nog een moraal aan verbonden zou zijn, een levensles dat je elkaar niet moet slaan of dat ruzie niet leuk is, dan had ik het misschien nog begrepen. Maar niets is minder waar. Moeder die treedt zo nu en dan op om de zaak niet uit de hand te laten lopen en vijf regels verder is alles weer pais en vree. Jip en Janneke leren er helemaal niets van, want in het volgende verhaal begint het weer van vooraf aan. Geschokt sloeg ik deze week het boek dicht, halverwege een verhaal waarin Jip zonder een spoor van emotie vertelde dat pop (die de rol van kindje van Janneke had gekregen) dood was na een val uit het vliegtuig. Ik lees voorlopig geen Jip en Janneke meer voor. Ik wil alleen maar leuke verhaaltjes voorlezen. Die misschien de mantel der liefde om de wreedheid van de echte wereld slaan, maar dat hoort ook wanneer het om baby's en kleine kinderen gaat.
Het probleem is nu alleen wel dat ik geen voorleesboek meer heb. Dit weekend ga ik naar de boekwinkel en voor het eerst zie ik er een beetje tegenop. Als je me vraagt om een roman te kopen, dan kom ik zonder moeite met vijf nieuwe boeken thuis. Maar de wereld van de voorleesboeken is als de maan moet zijn geweest voor Neill Armstrong en Buzz Aldrin. Onontgonnen gebied waarin alles nieuw is en ik geen idee heb wat een goed boek is. Dus als iemand nog een tip heeft dan houd ik me van harte aanbevolen. Voordat ik met Anna Karenina voor de dag moet komen...

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer