Jeroen Nan woont en werkt in Amsterdam. Naast zijn baan als
communicatieadviseur/woordvoerder is hij parttime schrijver. Hij schrijft
onder andere voor de website van Nightwriters en werkt aan zijn eerste
roman. Maar vooral is hij vader. Lees meer over Jeroen op www.jeroennan.nl.
Als wij aan het eten waren, of zelfs gewoon een kopje koffie dronken, dan werden haar ogen groot en fixeerde zij zich op onze borden en mokken alsof ze maandenlang had vastgezeten op een bergtop en moest overleven op een dieet van sneeuw. Ik kreeg nauwelijks nog een hap door mijn keel als ik keek naar hoe zij het eten van mijn bord keek.
Vorig weekend was het dan eindelijk zover. De gloednieuwe staafmixer werd uit de verpakking gehaald en afgewassen. De peer werd vakkundig geschild en ontdaan van zijn klokhuis om vervolgens tot moes te worden geslagen door de messen van de mixer die als een kooivechter tekeer gingen. De pulp schepte ik in het plastic boerderijbordje en met de bijpassende lepel liep ik naar de woonkamer, waar Cato in haar wipstoel zat, nog nietsvermoedend. Maar toen we haar een slabber voorbonden wist ze hoe laat het was; etenstijd. Zij verheugde zich per direct op haar flesje (ze wist nog steeds van niets...) en wij op het gezicht dat ze straks zou gaan trekken.
De camera liep en het fototoestel lag ernaast om haar gezicht vast te leggen bij de eerste hap peer. Want dat beeld, dat moet je echt vastleggen, was ons door ik weet niet wie allemaal verteld. Ik verkneukelde me erop, haar gezicht als ze het versgemalen fruit zou proeven. Hoe het zich in een soort stuip van smerigheid zou vertrekken. Ik denk dat dit een van de weinige keren in een mensenleven is dat je ouders het hilarisch vinden wanneer je iets zo ontzettend vies vindt. Je wilt dat je kind elke dag de dag van haar leven heeft, dat alles alleen maar leuk en lekker is. Behalve dus bij je eerste hapjes van iets nieuws. Dan kijken ze met groot plezier uit naar het kleine drama dat op het punt van afspelen staat. Als je er goed over nadenkt dan vraag je jezelf af waarom dat is, wat er nu eigenlijk zo leuk aan is. Ik weet het niet, wat ik wel weet is dat wij er helemaal klaar voor waren.
En Cato ook, want zodra ze het bordje zag begon ze enthousiast in haar stoel heen en weer te wippen terwijl ze haar mond al open deed. Ik schepte een hapje peer op de lepel en vroeg nog voor de zekerheid of mijn vriendin, de camera en het fototoestel er klaar voor waren. Dat waren ze. Vol verwachting bracht ik de lepel naar Cato's mond...
Er gebeurde niets. Tenminste, niet wat we hadden verwacht. Ze moest niet kokhalzen, spuugde het eten niet uit en trok niet eens een vies gezicht. Ze slikte het door en dat was dat. Of nou ja, dat. Ze deed haar mond weer open een keek naar het bord. Meer, ze wilde meer. En nog meer, het meest. Ze vond het lekker. Dus we hebben nu niet de foto's en het filmpje waar we op hadden gehoopt. Maar dat is niet erg. Het is wat mij betreft veel leuker dat ze haar bordje gewoon oppeuzelt, dat ze ervan geniet. En daarbij, de spruitjes komen ook nog een keer aan tafel.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer