Jeroen Nan woont en werkt in Amsterdam. Naast zijn baan als
communicatieadviseur/woordvoerder is hij parttime schrijver. Hij schrijft
onder andere voor de website van Nightwriters en werkt aan zijn eerste
roman. Maar vooral is hij vader. Lees meer over Jeroen op www.jeroennan.nl.
Gelukkig bleek het een uitstekende keuze: wat een fijn huisje. Het kon ook haast niet anders, na mijn zoektocht die ruim een jaar had geduurd. Ik heb ik weet niet hoeveel huizen bekeken, gewogen en te licht bevonden. Ik kan me één van die huizen nog goed herinneren. Het was een appartement aan de Kinkerstraat in Amsterdam. Het was, conform mijn budget, niet groot. Maar het had een balkonnetje, een keukentje een slaapkamer en een woonkamer. Wat heeft een mens meer nodig? Nou, een badkamer is natuurlijk geen overbodige luxe. En dat was nu net het probleem van dit appartement. De badkamer bestond niet. In een hoek van de woonkamer lag geen laminaat, maar een douchebak. Aan het plafond hing de rails voor een douchegordijn, waarvan onder de afbladderende verf het verroeste ijzer zichtbaar was. Vijf minuten na binnenkomst gaf ik de makelaar voor de tweede keer de hand, dit keer om ons afscheid te bezegelen.
Uiteindelijk vond ik het huis waar ik nu in woon, dat na een flinke schilderbeurt klaar was om ingericht te worden naar mijn smaak. Met een knaloranje bank als absoluut pronkstuk. Het huis dat ik gekocht had werd al vrij snel écht mijn huis. Alles wat erin stond was van mij. Tot ik ging samenwonen. Het is verbazingwekkend hoe snel het huis veranderde nadat mijn vriendin bij me was ingetrokken. De oranje bank werd vervangen, we kochten een nieuwe tafel en een nieuwe kledingkast. En natuurlijk had zij spullen die ze graag in huis wilde neerzetten. Allemaal mooi en prima, maar de eerste maanden had ik het gevoel dat niet zij bij was komen wonen maar ik bij haar. En dat nota bene in mijn eigen huis. Het voelde alsof het niet meer van mij was.
Niet dat dit qua inrichting een achteruitgang was, maar ik moest er wel flink aan wennen om er met zijn tweeën te wonen. Dat het niet meer alleen mijn huis was.
Maar gelukkig werd het al snel ons huis. Waarin we samen ons leven leiden en mooie herinneringen hebben gemaakt. De mooiste daarvan is Cato, die het nog meer schoonheid en waarde geeft. Toen ik er alleen woonde was het een heel fijn huis, met mijn vriendin samen werd het nog mooier en nu Cato er is ziet het plaatje er helemaal perfect uit.
Althans, in theorie dan. Want ons paleisje is te klein geworden nu we er als gezinnetje wonen. We hebben geen tuin, en als Cato straks gaat lopen dan willen we graag dat ze lekker naar buiten kan lopen om daar op het gras te spelen, kevers en mieren te ontdekken of gewoon als een diva in de zon te liggen. En dus staat ons huis te koop.
We hopen dat het snel wordt verkocht natuurlijk, en dat we zelf een mooi nieuw plekje vinden om te wonen. Maar het gaat pijn doen om dit huis, waarin ik zoveel heb meegemaakt, te verlaten. Ik mis het nu al.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer