Telegraaf mode-journalist Michou Basu blogt over haar belevenissen tijdens
nationale en internationale mode en beauty shows en exclusieve evenementen
waar ze vaak als enige uit ons land live aanwezig is.
Voor het iedere keer zover is, heb ik er weken van voorbereiding opzitten. Want een kaart voor de shows krijg je niet cadeau.
Je meldt je aan bij de overkoepelende organisaties die je aanvraag goedkeuren. Er wordt onder meer gekeken of je wel bestaat, of je publicatie oké is en naar de oplage van je titel. Zodra je accreditatie erdoor is, word je op een lijst geplaatst. Die lijst, een soort keurmerk, wordt naar de modehuizen gestuurd die elke aanvraag die ze krijgen checken aan de hand van het lijstje. Zodra je bent goedgekeurd, schrijf je de alle modehuizen afzonderlijk aan. Een enorm tijdrovende klus, die collega's van de bladen uitbesteden aan redactieassistenten maar die ik zelf uitvoer. Elk modehuis stuur je een pakketje met modeverhalen die je hebt geschreven per post. Om een of andere reden willen de huizen nog altijd papier, geen internetlinkjes. Dus blogjes, die in de mode toch alweer op hun retour zijn, doen niet mee. Een uitzondering daargelaten.
Vervolgens mail je het hele zwikje nog eens naar alle huizen, tot een jaar geleden verstuurde je je aanvraag ook via de fax, maar dat schakeltje slaan we nu over. In de dagen die volgen bellen en mailen de merken om te vragen of je echt komt. Een eindeloos ritueel, omdat ze er van verzekerd willen zijn dat er geen lege plekken zijn. Elke plek is goud waard.
Elk showseizoen volg je het zelfde riedeltje. Dan ga ik weer met de formulieren van de Chambre Syndicale de la mode in de hand op jacht naar een handtekening van de hoofdredactie. Redactieassistent Marja vraagt elke keer als ik daarnaast om een Telegraafstempeltje kom bedelen of dat echt ie-de-re keer opnieuw moet. Ja dus. In tegenstelling tot de Amsterdamse modeweek waar kaarten voor het oprapen liggen, zijn de internationale modeweken gesloten bolwerken. Logisch, de onthulling van de nieuwe trends is bijna net zo heilig als staatsgeheimen.
Eenmaal in het betreffende showland ontvang je de uitnodigingen in je hotel. Dan wachten de stapels post te glimmen bij de receptie. Een enkele keer ligt er helemaal niets. Dat heb ik ook een keer meegemaakt. Dan ben je de hele week bezig om via slinkse wegen binnen te sluipen. Voor één dag is het best te doen om in lantarenpalen te hangen, in bosjes te kruipen en over hekjes te springen om binnen te komen. Maar na dag twee vergaat het lachen snel.
Gewapend met je kaarten die je met je leven beschermt (geen kaart, geen show), hol je naar je kamer om de enveloppen als een bezetene te openen. Is de Marc Jacobs kaart er? Prada? Dior? Ook zoiets. De enveloppen...die kosten je je kersverse gemanicuurde nagels en leveren je een eeltduim op. Bon, nemen we op de koop toe. Nadat je de kaarten per dag hebt gesorteerd gaan ze de tas in en is het ...showtime!

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer