Telegraaf mode-journalist Michou Basu blogt over haar belevenissen tijdens
nationale en internationale mode en beauty shows en exclusieve evenementen
waar ze vaak als enige uit ons land live aanwezig is.
„Groen, roze, roest en blauw. Ik heb ’t weinig gebruikt, maar dat ik iets van Chanel had daar werd ik zo blij van. Het zwarte doosje met het wereldberoemde logo was een rib uit m’n lijf. Zo’n zestig gulden heeft het me gekost als ik ’t me goed kan herinneren, maar het werd dan ook jarenlang gekoesterd.
De passie voor Chanel bleef mede dankzij Antonia Hilke, de Duitse presentatrice van Neues vom Kleidermarkt die regelmatig over het huis berichtte. De klassieke look, de krachtige lijnen, de magie boeide mateloos. Blijer kon je me niet maken toen ik in ’96 een uitnodiging wist te bemachtigen voor een Chanel show in het Carrousel du Louvre in Parijs. Weken kon ik nergens anders over praten.
Inmiddels heb ik er vele gezien en is elke presentatie van het legendarische merk weer een hoogtepunt. De hectische sfeer die de show omlijst, de sterren die er op af komen en de rijkdom die ervan af straalt. Chanel is bij velen enorm geliefd vooral vanwege de prachtige creaties (die sinds 1983 worden gemaakt door Karl lagerfeld), wonderschone accessoires, geuren en cosmetica. Maar wie de biografie Chanel A Woman of Her Own leest, heeft nog meer bewondering voor de petite stoere doorbijter die opgroeide in een weeshuis en van niets een miljoenen imperium neerzette. Haar eigengereide, sterke wil zorgde ervoor dat ze slaagde. Want Chanel was niet met een gouden lepel in haar mond geboren. Ze loog over alles, over haar geboortedatum (is 1883, maar zelf zei ze 1893), ook haar geboorteplaats Saumur veranderde ze. Ze haatte het om wees te zijn, zei ook tegen iedereen dat ze dat niet was, dat haar vader voor werk overzee was en dat hij iedere maand geld stuurde.
Haar werk was haar passie. Ze haatte feestdagen. Ironisch is dat ze overleed op een zondag, de dag die ze haatte omdat ze dan niet kon werken. Want dat bleef ze tot haar dood in ’71 doen in haar atelier op 31 rue Cambon.
Enige tijd geleden bezocht ik dat heiligdom dat niet toegankelijk is voor publiek. Hoewel de plek is ingericht als een huis, bivakkeerde Coco zo’n 20 jaar in The Ritz op Place Vendôme. In rue Cambon ontving ze gasten als Jean Cocteau, Picasso en Igor Stravinsky. Alles is in stand gebleven en wat me bijbleef zijn de prachtige meubels, de marmeren beelden, kroonluchters en talrijke kunstobjecten. Ook de befaamde trap waar mademoiselle Chanel tijdens haar shows de modellen en de reacties van de bezoekers van een afstandje zat te bekijken. Waanzinnig om er zelf te staan en om je een beetje voor te stellen wat zij destijds zou hebben gezien. De overzichtstentoonstelling in 2005 in het Metropolitan Museum of Art in New York was een feestje, maar rondsnuffelen in de persoonlijke wereld van Coco overtrof alles.”
© 1996-2010 Uitgeversmaatschappij De Telegraaf B.V., Amsterdam. Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer