Hij liet me achter met drie kleine kinderen. Eentje van vijf, eentje van zes en eentje van acht. Doordeweeks zijn ze bij mij en eens in de twee weken gaan ze een weekend naar hun vader, die inmiddels samenwoont met zijn nieuwe vriendin. Tijdens dat weekend doen ze alleen maar leuke dingen. Ze gaan naar pretparken, eten bij McDonald’s en mogen laat opblijven. Dus je kunt wel raden wat er gebeurt als ze van mij op zondagavond weer vroeg naar bed moeten. Dan gillen ze alledrie dat ze bij papa willen wonen.
Van de jongste twee kan ik dat wel hebben, omdat ik toch weet dat ze het niet menen. Maar als de oudste, hij is nu tien, het roept, raakt het me wel. Dat komt omdat het tussen ons, op z’n zachtst gezegd, niet zo botert. Hij haalt dagelijks het bloed onder mijn nagels vandaan. Hij luistert niet, treitert zijn zusje en broertje, is brutaal tegen mij, en het avondeten is elke keer weer een gevecht. Hij weigert gewoon te eten. Als hij twee happen eet, is het al een goede avond. De rest laat hij of staan of hij gooit het door de kamer tijdens een driftbui. Soms weet ik gewoon echt niet wat ik met hem aan moet.
Twee maanden geleden gebeurde het voor het eerst. Ik had de hele dag gewerkt, de kinderen opgehaald bij de oppas, boodschappen gedaan en daarna snel wat gekookt. Het was al zeven uur toen we aan tafel gingen. De oudste speelde weer zijn spelletje. Na een uur had hij nog geen hap genomen. De jongste twee hadden allang in bed moeten liggen, dus ik werd steeds ongeduldiger. Toen hij zijn bord naar mijn hoofd slingerde en de kamer uitrende, ging ik hem in een waas achterna. Ik pakte hem bij zijn hand, draaide hem om en haalde uit. Met vlakke hand en niet heel hard, maar toch. Hij schrok verschrikkelijk en rende huilend naar zijn kamer. Nooit eerder heb ik me zo slecht gevoeld.
De dagen erna gaf ik mijn zoon in alles zijn zin, voelde me vreselijk schuldig. Ik was er ook heilig van overtuigd dat het eens en nooit meer zou zijn. Maar gisteren kreeg hij me zo ver dat ik hem opnieuw een klap gaf. Ik had hem naar zijn kamer gestuurd omdat hij constant het speelgoed van zijn jongere broertje afpakte. Maar elke keer als ik hem naar zijn kamer sleurde, liep hij net zo hard weer terug. Ik was zo moe van die strijd, zo wanhopig. Toen hij me ook nog eens uitschold, heb ik hem weer geslagen.
Ik ben doodsbang dat het nog een keer gebeurt. Ik weet dat ik hulp moet zoeken, dat ik iemand moet vinden die me kan helpen de moeilijkheden tussen mij en mijn zoon op te lossen. Maar ik ben zo bang dat dan uitkomt dat ik hem al twee keer heb geslagen en dat ik mijn kinderen misschien wel kwijtraak. Dat is mijn allergrootste angst. Want ook al is mijn kind vaak onhandelbaar, ik hou zielsveel van hem.”
In VROUW vertelt blijven de inzenders anoniem. Wil jij ook jouw verhaal delen? Mail of schrijf de redactie: redactie.vrouw@ttg.nl of Vrouw Magazine, Postbus 670, 1000 AR Amsterdam.
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer