De camping in de buurt van Marseille lag vrijwel aan zee. We klapten de klapdoos open en zetten de twee tentjes van onze dochters eromheen. Doodmoe kropen we in de slaapzakken en weldra lag mijn echtgenoot naast me te snurken. De eerste nacht begon het geduvel al. De mistral, een keiharde wind, stak op. Ieder moment dacht ik dat de vouwwagen de lucht in zou vliegen, het hele frame stond te rammelen. De kinderen kwamen uit hun iglootjes, want ook die stonden scheef van de wind. Mijn man spande midden in de nacht her en der scheerlijnen om alles overeind te houden. Van slapen kwam niets die nacht, en dan te bedenken dat de mistral meestal negen dagen blijft aanhouden. De croissants waaiden dan ook van je ontbijtbord.
Ondertussen werden we ons gewaar van de tweede ramp: mieren. In colonne liepen ze over onze spullen, zelfs over de kussens! Dat was duidelijk: we zouden zo snel mogelijk naar een andere camping gaan. Maar intussen had ik mijn duim bezeerd en die was gaan ontsteken. Een blauwe streep liep over mijn arm naar mijn oksel en ik kreeg hoge koorts. Ik moest direct aan de penicilline en mocht niet in de zon of zwemmen. Daar zat ik dan, ziek te wezen in de schaduw. En de mistral raasde vrolijk verder.
Na drie dagen ging de wind eindelijk liggen. Ik herstelde en na een paar dagen was ik in staat om een avondwandelingetje te maken. Maar na vijf minuten gleed ik uit en ik verzwikte mijn voet. Ik kwam lelijk ten val, net als m’n camera. Kapot. Strompelend ging ik terug naar de klapdoos. Die avond stak de mistral plotseling weer op; de stokken van mijn dochters iglotent knapten als lucifershoutjes af. Dag tentje. Weer drie nachten niet slapen van angst. Maar goed, een bezoekje aan de plaatselijke markt zou ons vast opfleuren. Na twee uur genieten, gingen we terug naar de auto. Daar troffen we een ingeslagen achterraampje aan. Ze hadden de camera van mijn man meegenomen. Twee Nederlanders zagen het gebeuren en hebben zelfs nog foto’s van de dieven genomen. Wij naar het politiebureau en naar een garage.
Eindelijk keerden we huiswaarts. De reis verliep voorspoedig, tot dertig kilometer onder Luxemburg. We gingen iets eten in een restaurant en bij terugkomst zagen we een grote plas olie onder de auto. Iets wat normaal nooit stukgaat, was bij onze auto bezweken. Het onderdeeltje moest uit Nancy komen, dus dat werd vijf uur wachten bij de garage.
U begrijpt, deze vakantie zal ik niet gauw vergeten. Als enige herinnering prijkt in ons album een onduidelijke foto van de dieven, want die hebben die Nederlanders naar ons opgestuurd als bewijsmateriaal. De klapdoos staat nu zielig in een hoekje in de tuin. Ik weet het nu helemaal zeker: nooit meer kamperen. Maar mijn man kijkt er nog weleens met een weemoedige blik naar. Als het aan hem lag vertrok hij er vandaag weer mee richting het zuiden. Hij heeft vroeger bij de padvinderij gezeten en ik niet. Zou het ’m daar in zitten?”
In VROUW vertelt blijven de inzenders anoniem. Wil jij ook jouw verhaal delen? Mail of schrijf de redactie: redactie.vrouw@ttg.nl of Vrouw Magazine, Postbus 670, 1000 AR Amsterdam.
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer