Ik durf erdoor bijna mijn huis niet uit, kan dus niet werken en heb ook geen vrienden meer. Het begon toen ik vier was. Ik zag op de kleuterschool een kindje overgeven en rende gillend weg. Doodsbang ben ik onder het bureau van de juf gaan zitten. Waarom ik zo bang was, begrijp ik nog steeds niet, maar het is daarna nooit meer overgegaan. Het lijkt me zo doodeng om over te geven. Gelukkig is het me nog nooit gebeurd. Maar zelfs als ik anderen het zie of hoor doen, of simpelweg ergens braaksel zie liggen, krijg ik al een paniekaanval. Dan krijg ik het bloedheet, ik verstijf, mijn hart gaat als een gek tekeer en ik word kotsmisselijk. Het enige wat ik op zo’n moment denk: ik moet hier weg!
Ooit heeft iemand over mijn schouder heen overgegeven. Nog nooit ben ik zo snel thuis geweest als toen. Daar ga ik na zo’n paniekaanval het liefst in een hoekje zitten en word ik soms pas na uren weer een beetje rustig. Gek genoeg is mijn eetpatroon redelijk normaal. Ik eet gewone dingen, maar neem wel de hele dag door kleine porties. Gewoon, uit angst om te veel in een keer te eten, waardoor ik ziek zou kunnen worden. Ik let heel goed op houdbaarheidsdata en gooi alles weg wat ook maar een dag ‘over tijd’ is. Ik vermijd alles waarvan ik zou kunnen gaan overgeven. Op die manier ben ik er dus de hele dag mee bezig, en ik voel me daarbij ook nog constant misselijk.
Van de berichten over de Mexicaanse griep krijg ik dan ook echt de kriebels. Daarvan staat namelijk vast dat je ervan gaat overgeven... Hoewel het allemaal nog steeds heel naar is, ga ik er tegenwoordig al een stuk beter mee om dan een paar jaar geleden. Vroeger rende ik al gillend weg als iemand hard begon te hoesten, nu kan ik me redelijk beheersen. Wat wel ontzettend vervelend is, is dat ik nog maar weinig buiten kom. Dat is er langzaamaan ingeslopen. Toen ik jong was, ging ik op een bepaald moment steeds minder uit, want thuis was het lekker ‘veilig’. Dat werd van kwaad tot erger. Het resultaat is dat ik nu al bijna twintig jaar alleen de deur uit ga om mijn hond uit te laten. Een keer per maand ga ik even naar het dorp om winkeltjes te kijken, en als ik naar de supermarkt moet, ga ik samen met mijn vriend.
Werken is door mijn fobie voor mij dus ook onmogelijk. Mijn dagen vul ik met computeren, lezen, tv-kijken en puzzelen. Inmiddels ben ik drieënveertig, maar ik leef als een bejaarde. Ik heb al heel wat therapieën gehad voor mijn angsten. Van de reguliere therapie bij het RIAGG tot alternatieve behandelingen als homeopathie en hypnotherapie. Het heeft me al duizenden euro’s gekost, maar tot nu toe heeft niets geholpen. Inmiddels ben ik zover dat ik niet geloof dat ik er ooit nog vanaf kom, hooguit dat ik het iets beter onder controle krijg. Maar het gaat nu al een heel stuk beter met me dan tien jaar geleden, dus ik blijf positief.”
In VROUW vertelt blijven de inzenders anoniem. Wil jij ook jouw verhaal delen? Mail of schrijf de redactie: redactie.vrouw@ttg.nl of Vrouw Magazine, Postbus 670, 1000 AR Amsterdam.
© 1996-2010 Uitgeversmaatschappij De Telegraaf B.V., Amsterdam. Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer