Ik ging een tocht schaatsen, alleen, want mijn man moest werken. Het was zulk prachtig winterweer. Om lekker te schaatsen heb ik niemand nodig en als je onderweg ergens stopt, heb je zo aanspraak. Dat vond ik het leuke van schaatsen op natuurijs, iedereen is gezellig en sociaal.
Al bij mijn opstapplek raakte ik in gesprek met een wat oudere man. Hij was ook alleen. Prachtig zoals hij over de ijsvlakte gleed in zo’n mooie, rustige stijl. Zelf genoot ik ook. Het ijs was in het begin nog wat hobbelig maar werd steeds mooier en gladder. Na tien kilometer had ik zin in koffie. Bij de plaatselijke koek-en-zopie kwam ik mijn voorganger weer tegen. We raakten in gesprek over onze liefde voor de schaatssport en over waarom we deze dag allebei alleen op het ijs stonden. Hij schaatste altijd met zijn vaste sportmaatje, maar die zat in de lappenmand, dus stonden we er allebei alleen voor. Uiteindelijk stapten we gezamenlijk weer het ijs op. Ik klampte in het begin nog aardig aan, maar hij was te snel voor me.
Langzaamaan zag ik hem steeds verder voor me uit gaan. Tot ik hem plotseling niet meer zag. Hij was ineens verdwenen. Ik schaatste zo snel mogelijk naar de plek waar ik hem als laatste had gezien en stuitte op een kapotte afzetting rond een wak. Diep vanbinnen wist ik dat hij hierin terecht was gekomen, maar het was zo’n onwerkelijk gevoel dat het niet echt tot me door leek te dringen. Verdwaasd keek ik om me heen en pas toen ik andere schaatsers zag, viel het kwartje. Dat er iemand aan het verdrinken was. Toen pas hoorde ik mezelf om hulp schreeuwen!
Een groepje mannen stopte en een van hen vroeg of ik daadwerkelijk had gezien dat er iemand in het wak was gereden. Nee, dat had ik niet. Hij was alleen ineens verdwenen. Hier in de buurt. Maar niemand zag ook maar een spoor van ‘mijn’ schaatser. Ik begon te twijfelen aan mezelf. Had ik het wel goed gezien? Was hij niet gewoon de bocht al om gegaan. ‘Volgens mij heb je je vergist. Die zit al lang en breed in het volgende dorp aan de erwtensoep.’ Ik hoopte het zo. De mannen haalden uiteindelijk hun schouders op en schaatsten verder. Ik ben achter ze aan gegaan en heb niet meer achterom gekeken. Misschien had ik het me inderdaad verbeeld.
De volgende dag zag ik in de krant dat er een man werd vermist. Het werd me koud om het hart. Dus toch. Het was gegaan zoals ik had gedacht. Het is alweer wat jaren geleden, maar ik voel me nog altijd schuldig. Ik had erachteraan moeten springen. Of op z’n minst moeten volharden tegenover die mannen. Maar dat had ik allemaal niet gedaan. Wel ben ik naar de politie gegaan met mijn verhaal, zo hebben ze zijn lijk gevonden. Ik heb er thuis met geen woord over gerept. Puur uit schaamte. En schaatsen, dat doe ik niet meer. Het heeft voor mij voor altijd zijn glans verloren.”
In VROUW vertelt blijven de inzenders anoniem. Wil jij ook jouw verhaal delen? Mail of schrijf de redactie: redactie.vrouw@ttg.nl of Vrouw Magazine, Postbus 670, 1000 AR Amsterdam.
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer