Inloggen bij Telegraaf.nl
„Indien mogelijk bij mijn werkgever, zou ik daar zeker gebruik van maken”, klinkt het alom. Flexibel werken en/ of thuiswerken lijkt een uitkomst voor veel werknemers. Dat het plan vooral scoort bij (alleenstaande) moeders, die werk en zorg moeten combineren, blijkt wel uit de reacties. Maar flexibele werktijden en/ of thuiswerken stuit op nog veel weerstand van werkgevers. Zo schrijft een alleenstaande moeder: „Ik moet werk en zorg combineren en het is best lastig om daar een goede modus voor te vinden met werkgevers.” En: „Ik ben zelf moeder van drie kinderen; ik ben verpleegkundige en dat is soms niet te combineren. Werkgevers houden hier te weinig rekening mee.”
Flexwerken zorgt voor een beter evenwicht tussen privé en werk, vinden sommigen. Maar door onwil en wantrouwen van werkgevers komt het vaak niet van de grond. Toch zijn flexwerken en telewerken niet geschikt voor elke bedrijfssector. Een verpleegkundige maar ook de winkelbediende of de docent, kunnen hun werk niet thuis doen, en flexibele werktijden worden ook lastig. Dan geeft dat weer roosterproblemen voor de werkgever. Maar voor alle anderen kan een deeltijd-thuiskantoor heel goed werken. Werkgevers hoeven niet bang te zijn voor de aloude vooroordelen, zoals minder productieve en onbereikbare werknemers. Onderzoeken wijzen juist op het tegendeel: productieve werkers, die met een mobiel van de zaak altijd bereikbaar zijn. De werkgever mag iets terugverlangen voor de vrijheid die de werknemer wordt geboden.
Toch zitten de vooroordelen tegen flexwerk diep, zeker bij de stellingtegenstanders. „Mensen moeten te vertrouwen zijn en heel veel discipline hebben om thuis te werken, anders worden de bazen opgelicht”, meldt iemand. En: „De werkgevers hebben geen controle op werktijden van flexwerkers, dus er zal op grote schaal misbruik gemaakt worden.” Bovendien kan thuiswerk kan ook weer heel andere, ongezonde, problemen met zich meebrengen: „Als je thuis werkt ben je geneigd om meer te snoepen. Met als gevolg meer dikke mensen, want ze krijgen te weinig beweging.”
Een deel van de deelnemers is tegen het verplichtende karakter van dit wetsvoorstel. Deze groep geeft er de voorkeur aan om in goed overleg met de werkgever afspraken te maken. Het dwingende karakter van het plan ontlokt een enkeling de uitspraak: ’Jongens, waar zijn we mee bezig?’ Een ander heeft een welgemeend advies: „Zorg voor vertrouwen tussen werkgever en werknemer en maak duidelijke afspraken. Beloon prestatie en niet aanwezigheid.”
Voor de werkende moeders van Nederland kan het wetsvoorstel een uitkomst zijn. Maar of dit plan ook veel thuiszittende moeders zal motiveren om aan de slag te gaan, wordt betwijfeld door velen. Nederlandse vrouwen zijn al jarenlang Europees koploper met parttime werken. Meer dan de helft gelooft niet dat door flexwerk en/of thuiswerk meer mensen gaan werken. Alle beetjes helpen immers, want om ons huidige welvaartspeil te behouden, moeten straks meer mensen aan het werk. Twee ontwikkelingen zijn daarbij belangrijk: de vergrijzing en de krimpende beroepsbevolking.
Een maatregel om dit op te vangen, een kindpremie voor elk pasgeboren kind, zoals in Vlaanderen, wordt alom afgewezen. En een omstreden Duits plan voor hogere belasting voor kinderlozen, omdat die de demografische ontwikkelingen negatief beïnvloeden, valt ook niet in goede aarde. Dan zou eigenlijk alleen het binnenhalen van arbeidsmigranten overblijven, maar ook dat stuit op weerstand. Kortom, het behoud van onze welvaart wordt nog een prangend vraagstuk voor onze beleidsmakers.
René van Zwieten
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer
Of login met